De Bokser

"Ladies and gentlemen, this is the main event! From the red corner, wearing black trunks…" Ik sta in de boksring, tegenover niemand anders dan mezelf. Het is het moment vlak voor mijn eerste EMDR sessie voor incest. De weerstand is als een hele zware, ijzeren deur. Zo eentje die je moet schuiven, maar wat je onmogelijk lukt in je eentje. Gelukkig heb ik Kiki. Wij staan samen in onze zwarte korte broek in de hoek van de ring. Maar voor we bij die zware deur kunnen komen, moeten we eerst langs onze tegenstander. Ook die is wij, maar dan onze boze beschermer. 

 

Boze beschermer: een copingmodus die ontstaat in de kindertijd om emotionele pijn te vermijden, die vijandig gedrag inzet als muur om kwetsbare gevoelens te verbergen en anderen op afstand te houden

 

We zullen moeten vechten met onszelf. De boze beschermer maakt zich groot, zijn hoofd loopt rood aan en zijn spieren pompen zich vol met bloed. Onze hartslag gaat als een razende omhoog, het zweet loopt langs ons voorhoofd en we staan stijf van de spanning. Kiki komt, in de korte broek die we delen, stijf achter mij staan. Lekker dan, het gaat dus tussen mij en hem. "Let’s get ready to rumble!" klinkt het tussen mijn oren en daarna het geluid van de bel. De boze beschermer en ik, met Kiki achter me, lopen langzaam rondjes in de ring. Ik hou mijn vuisten gebald voor mijn gezicht. De boze beschermer maakt zich groot en spreidt zijn armen. "Laat ons er langs!" roep ik. "Nee!" buldert hij ons toe. 

 

De Tolk zit tegenover mij. Tussen ons in staat de lichtbalk. In mijn beide handen heb ik een apparaatje en ik heb een koptelefoon op mijn hoofd. "Weet je nog welke scène we als eerste gaan behandelen?" vraagt de Tolk. "Ja," zeg ik. "Hoe hadden we deze ook alweer genoemd?" vraagt ze. "Beuken en neuken," antwoord ik. "Oh ja," zegt de Tolk. "Laten we beginnen." "Wacht," zeg ik snel. "Ik wil het niet, ik durf er niet heen." Dat begrijpt de Tolk gelukkig heel goed. "Welke gedachte zou nu kunnen helpen?" vraagt ze dan. "Wat kun je nu tegen jezelf zeggen?" 

 

We zijn terug in de ring. Die ijzeren deur moet open, anders kan ik er niet bij. Ik kijk vragend achterom, naar Kiki. Ze snapt het en geeft me een kontje zodat ik oog in oog ben met de boze beschermer. Ik herinner me dat als ik ga vechten met mijn boze beschermer, dit zijn rol versterkt. Dus het moet anders. "Dankjewel dat je me beschermt," zeg ik. De boze beschermer kijkt verbaasd en de rode kleur verdwijnt uit zijn gezicht. "Ik weet dat je het goed bedoelt, maar het is nu niet nodig." Ik kan steeds zachter praten. De boze beschermer wordt ineens een stuk kleiner en Kiki kan mij weer laten zakken. "Ik ben nu veilig en ik kan deze situatie zelf aan," zeg ik bijna fluisterend. De boze beschermer gelooft me en draait zich om. Ik loop met hem mee en hou het touw voor hem omhoog zodat hij de ring kan verlaten. Kiki en ik staan voor de zware, ijzeren deur. We halen één keer diep adem en schuiven, zo hard als we kunnen, de deur opzij.  

 

"Ik zeg dan tegen mezelf dat het al gebeurd is. Alles wat ik nu herbeleef, is al gebeurd en ik hoef niet bang te zijn." "Heel goed," zegt de Tolk. "Doe je ogen maar dicht en vertel maar precies wat er gebeurt, alles vanaf het moment dat deze scène begint."

 

Kiki pakt mijn hand en neemt me mee naar de Baarnseveste. Op mijn slaapkamer waar Keanu Reeves, Lenny Kravitz en Eddie Vedder aan de muren strijden voor wie het allerknapst van de wereld is, word ik wakker van de pijn en de stoten. "Waar in je lijf voel je nu de spanning?" vraagt de Tolk. Ik voel een pijn, als een soort erge spierpijn, in mijn bovenbenen. Van mijn knieën tot mijn heupen is het verstijfd. Ik snap het wel. Zo’n volwassen mannentorso is natuurlijk veel te breed voor tussen twee kinderbeentjes. En de rest van de spanning zit vast in mijn buik. "Oké," zegt de Tolk. "Wat zie je?" Met mijn ogen dicht, doe ik aan de Baarnseveste als klein meisje mijn ogen open. Ik zit weer in haar. En het uitzicht dat ik heb is dat van het blote bovenlijf van mijn vader. Zijn gezicht zie ik niet, omdat zijn hoofd boven de mijne uitkomt. Ik zie zijn schouders, zijn bovenarmen, zijn borst en als ik mijn hoofd wat naar voren buig zie ik zijn buik tot aan onze heupen. En dan realiseer ik mij, als klein meisje, wat er gebeurt. "Wat voel je?" vraagt zij. Ik ga opzoek naar iets fysieks dat ik voel, de fysieke pijn van het neuken. Maar dat voel ik niet. Ik voel wel de stoten, het beuken tegen mijn lijf. Maar het gevoel zit niet in mijn lijf. Wanneer ik wil vertellen wat ik voel, beginnen mijn tranen te lopen. "Goed zo," zegt de Tolk. "Laat het verdriet er maar uit." Al vind ik zelf eigenlijk helemaal niet dat ik huil. Het is het verdriet van mijn kindversie dat er nu uitkomt. En daar zit op dat moment heel, heel veel verdriet. "Het interesseert hem gewoon niet," zeg ik. "Ik merk dat het hem niet interesseert of ik wakker ben of slaap of dat het me pijn doet, het interesseert hem niet, hij werkt gewoon iets af voor zichzelf." De tranen blijven rollen. "Dát gevoel is waar mijn pijn zit," besluit ik. 

 

"Maar wat is dat gevoel dan precies?" vraagt de Tolk. De Tolk is heel goed in doorvragen. "Dat ik niks waard ben," zeg ik resoluut. "Ik voel me echt waardeloos, echt waardeloos." En dat is waar de Tolk dan dieper op ingaat, want dit gevoel is dus waar mijn spanning op zit. De spanning zit hem niet in wat hij fysiek doet, maar in het gevoel dat hij me geeft. Dit vind ik heel moeilijk om over te praten. Tijdens de EMDR sessie al, maar ook nu weer om op te schrijven. Het grote pijnpunt is de waardeloosheid. De Tolk vraagt wat ik dan op dat moment in die scène denk. "Dat ik niet geboren had moeten worden," zeg ik. En dat ik dat toen als lief, klein meisje dacht, raakt me heel diep. Ook weer nu ik het schrijf. Ik vind het ontzettend verdrietig voor het kindje van toen, dat zij zich zo niets waard voelt, dat ze zich afvraagt waarom ze geboren is en er liever niet had willen zijn. Het is heel pijnlijk. De Tolk vraagt of we het gevoel van waardeloosheid ook kunnen vervangen met een positief gevoel. Ze vraagt hoe ik me zou wíllen voelen op dat moment. Maar daar kan ik haar niet eens een antwoord op geven. Ze vraagt door, wat staat tegenover je waardeloos voelen? Ja, ik snap zelf ook wel dat dat waardevol moet zijn. Maar dat gaat niet gebeuren en dat zeg ik ook tegen de Tolk: "Ik zal mij nooit waardevol voelen, nooit." Die overtuiging is op dat moment oersterk. Het is er niet en het komt ook niet. Dat is stuk. Dat heeft híj kapotgemaakt. Ik kan niet in deze situatie zitten waarin ik als kind verkracht word door mijn eigen vader en me dan ook maar op een manier van waarde voelen. Dat is er gewoon niet. Dit gesprek tussen mij en de Tolk is best intens. Want ondertussen ben ik nog steeds op die plek, in mijn kinderlijf, terwijl mijn vader aan het beuken is. En daar gaan we; nu dit gevoel van waardeloosheid heel stevig vasthouden, mijn ogen opendoen en het hele EMDR circus begint. De piepjes in mijn oren, de trillingen in mijn handen, de kleuren die langs flitsen in de lichtbalk, die ik moet volgen met mijn ogen en ondertussen op moet noemen. En dit keer moet ik ook mijn benen bewegen, omdat de spanning daar zo vastzit. Om het circus nog maar eens wat completer te maken. 

 

Als het klaar is, vraagt ze: "Hoe gaat het met je benen, hoe gaat het met je buik?" Alles voelt gelijk een stuk beter. En dus gaan we weer terug. Terug naar precies dezelfde scène. Op mijn slaapkamer aan de Baarnseveste is er gelijk een duidelijk verschil, ik zit namelijk niet meer ín mijn lijf, maar kijk als derde naar wat zich daar afspeelt. "Wat voel je?" vraagt de Tolk. "Walging," zeg ik. "Walging en boosheid." Dit vind ik een hele prettige verschuiving. Van het heel erg in mijn eigen gevoel van waardeloosheid zitten, naar dat ik nu voor het eerst echt naar hem kijk en naar wat hij eigenlijk aan het doen is. Ook dit levert natuurlijk een bepaalde spanning en emotie op. Dus hup, dit gevoel stevig vasthouden, inzoomen op de walging en weer het hele EMDR circus door. Wat er na de EMDR gebeurt, is dat ik het nog steeds walgelijk vind en nog steeds iets vind om boos over te zijn, maar dan als een soort van buitenstaander. En dan gaan we wéér terug naar de scène. "Wat voel je nu?" vraagt de Tolk. Er is nog meer afstand ontstaan. Was het zonet als een 3D beeld waar je letterlijk in zit, dan is het nu als een platgeslagen beeld, als een foto waar je naar kijkt. Dit is een ontzettend groot verschil. Nu kan ik die scène dus oppakken en wegzetten, in plaats van in die scène te zitten, in die pijn, in dat verdriet, in die afschuw. Van een bewegend beeld waar jezelf deel van uitmaakt, wordt het een soort herinneringsfoto van vroeger waar je naar kunt kijken, wat je erg kunt vinden en dan weer weg kunt leggen. Je begrijpt dat dit qua spanning een groot contrast is in vergelijking met voor de EMDR.

 

De Tolk wil heel zeker weten dat echt alles aan deze scène is behandeld, dus ik moet weer terug. Ze zegt dat ik dit keer wel weer terug in mijn lijf moet stappen, om goed te kunnen voelen of alle spanning is opgeruimd. "Wat voel je nu?" "Heel gek, ik voel me enorm claustrofobisch." Het gevoel dat je totaal overmeesterd bent en gewoon geen kant uit kunt. Ik heb een vreselijke angst voor liften en dit voelt echt alsof ik vast zit in een heel eng, klein liftje. Het gevoel van letterlijk ergens niet uit kunnen. Dus, hup, focus op de machteloosheid, het niet weg kunnen en ik ga het circus weer door. Na de EMDR voel ik zowaar wat bewegingsruimte. De Tolk noemt hierbij dat het ergens in vast zitten, ook kan komen door het dissociëren. Ze legt mij uit dat ik elke keer wanneer mijn vader en mijn oma incest met mij plegen, ik dissocieer. Dat is waarom er ook nooit een einde is aan de scènes, want ik stap uit en ik ben weg. Zo ervaar ik dat ook echt, alsof ik uit mijn lijf stap en dan met mijn rug ernaartoe ga zitten. De Tolk legt uit dat in werkelijkheid de plek waar ik heen ga niet buiten mijn lijf is, maar binnenin mijn lijf. Ik vind dit wel een verrassende kijk erop. Ik dacht namelijk dat het claustrofobische gevoel kwam van het bovenlijf van mijn vader, dat zorgde er immers voor dat ik geen kant op kon. Maar het kan dus net zo goed het gevolg van de dissociatie zijn. Hoe dan ook, ik hoop dat we ook dit nu hebben opgelost. Misschien moet ik binnenkort eens een eng, klein liftje opzoeken om het te testen. 

 

We gaan weer terug naar de scène, want de Tolk wil weten hoe ik me nu voel ten opzichte van de waardeloosheid die ik eerder voelde. Dus dat doe ik. Ik ga terug, ik kijk en ik voel. "Als ik nu kijk denk ik: Jezus, wat is dat een sterk kind!" En zo overtuigd als mijn gevoel van waardeloosheid was, zo overtuigd is nu het gevoel dat ik mezelf zo sterk vind. "Ik vind het ongelooflijk hoe sterk zij is. Dat zij fysiek en mentaal kan doorstaan wat hier gebeurt, ja dan moet je wel heel sterk zijn." En dan vraagt de Tolk: "Voel je je op dit moment nog steeds waardeloos?" "Nee, dat is niet zo," zeg ik en dat meen ik. "Wat vind je wel?" vraagt ze dan. "Ik vind hem walgelijk en ik vind het walgelijk wat hij doet. En ik ben boos op wat hij doet. Maar ik vind haar een slachtoffer." De Tolk wijst mij erop hoe groot het is wat er nu gebeurt. Het lukte mij aan het begin van de sessie niet om op deze manier naar mijn vader te kijken. Ik voelde alleen maar mijn eigen waardeloosheid. En dat verschuift nu dus volledig naar dat ik hém walgelijk vind. Dit past bij wat die Franse heldin zo mooi zei: de schaamte moet van kant wisselen.

 

Ik stop het in het mooiste doosje, met het mooiste pakpapiertje en de mooiste strik. Kiki glundert wanneer ze het met beide handen van me aanneemt. Dit is mijn cadeautje voor jou, lieve Kiki. Wij zijn niet waardeloos, wij zijn sterk. 

 

Deze afbeelding wordt binnenkort vervangen door een eigen tekening

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.