Kiki lijkt ineens jaren ouder. Nog steeds een kind, maar nu meer een puber. Ze heeft dat kleine beertje niet meer vast en draait met haar vingers door haar lange krullen. Ze kijkt naar mij, onderzoekend. Niet met die blik waarin ik lees dat ik haar moet helpen, maar nieuwsgierig en afwachtend. Terwijl ik al weken niet snap wat ik precies voel en probeer te begrijpen waarom ik voel wat ik voel, is Kiki aan het wachten tot het zover is. Ze is benieuwd naar de volgende stap. Ik ook. En nog meer dan benieuwd, wil ik vooral gewoon weer verder, ik wil graag door. Maar blijkbaar is er toch eerst nog wat anders dat moet gebeuren.
Ik denk dat ik bang ben dat ze me niet geloven. Is dat het? Is het zo simpel? Kiki haalt haar schouders op. Zij weet alles al, maar ik moet dit weer helemaal zelf uitzoeken. Wat is geloven eigenlijk en waarom is dat zo belangrijk?
Geloven: de overtuiging hebben dat iets waar is; iets aannemen zonder absoluut bewijs; vertrouwen
Ik lees dat het voor slachtoffers van incest van cruciaal belang is om geloofd worden, omdat dit de eerste stap is in het doorbreken van de machteloosheid. Incest gaat gepaard met manipulatie, geheimen en victim-blaming. Niet geloofd worden leidt tot hertraumatisering. Het erkennen van de werkelijkheid, dus het geloven, bevestigt dat het misbruik echt is gebeurd, dat het fout was en dat het niet de schuld van het slachtoffer is. Geloven voorkomt secundaire victimisatie, dat wil zeggen dat als een slachtoffer niet wordt geloofd, de traumatisering verergert. En zo kan ik nog wel even doorgaan, maar de conclusie is wel duidelijk: geloofd worden is een essentiële voorwaarde voor veiligheid en herstel.
Dus, dit zal het wel zijn dan. Toch? Kiki haalt opnieuw haar schouders op, vormt een kleine opening met haar lippen en blaast een grote, roze kauwgombel naar buiten. Oke, die gaat mij hier echt niet mee helpen. Duidelijk.
"Geloof jij dat mijn oma/jouw moeder incest met mij heeft gepleegd? Geloof jij dat het echt gebeurd is?" Ik stuur een aantal getuigen die vooraan staan in mijn haag, deze vraag.
De lieve mensen uit mijn haag nemen de moeite om mijn vraag heel zorgvuldig en uitgebreid te beantwoorden. Ze nemen mij en mijn vraag serieus en stellen zich kwetsbaar op in hun reacties. Dit waardeer ik ontzettend. Zij geven mij kleine inkijkjes in hun binnenwereld. Dit is voor mij als de Deler heel groot. Want ineens delen we samen. Net als dat ik met hen deel, delen zij nu ook met mij. Dat vind ik moedig van ze en het maakt me dankbaar. Ik lees en voel hoe ingewikkeld het beantwoorden van mijn vraag voor ze is en dat begrijp ik direct. Want het is absoluut ingewikkeld. En het is ook echt niet zo zwart wit. Toch? Of is dat het wel? Ik ben daar nog niet uit. Het merendeel van mijn lieve getuigen schrijft terug dat ze mijn verhalen en mijn ervaringen geloven. En dat was meer dan waar ik op hoopte. Dus, mooi, klaar en we kunnen weer verder, zou je denken. Kiki blaast een nieuwe roze bel. Ik kijk achter haar, daar waar de doos met puzzelstukjes ligt. Waarom geeft ze hem niet aan? Waarom mag ik niet een nieuw stukje leggen? Maar Kiki wil dat ik door ga met zoeken. Het is nog niet klaar, we kunnen nog niet verder.
Persoon: iemand; mens
Daden: bewust gepleegde handelingen of acties van een persoon
Dader: persoon die een strafbaar feit pleegt; persoon die een misdaad begaat; persoon die iets doet of gedaan heeft dat niet mag
Ik pak mijn mobiel er weer bij en lees nog een keer, voor de zoveelste keer, de antwoorden van de lieve mensen in mijn haag. Ik moet het opnieuw voelen. Beter voelen. Mezelf realiseren wat ik precies voel én waarom. Ik word er chagrijnig van. Dat is mijn weerstand. En mijn weerstand is altijd de beste indicator die er is. Weerstand betekent voor mij dat daar iets zit dat ik niet moet negeren, maar waar ik juist in moet duiken. Dus ik lees en voel opnieuw. De betreffende, lieve, getuigen schrijven meer dan alleen dat ze mij als slachtoffer erkennen en mijn verhalen geloven. Ze schrijven ook dat ze hun eigen verhalen en ervaringen hebben met de daders en dat ze liefde voelen voor deze personen en dat dit niet anders is geworden. Ze schrijven dat hun beeld van en band met deze personen, los staat van mijn verhalen en niet is veranderd. Ze schrijven dat ze de daden wel afwijzen, maar de personen niet veroordelen.
Kiki knikt. Dit is blijkbaar de plek waar ik moet graven.
Is het een luxe, dat je mijn oma en vader kunt splitsen in een persoon en een dader? Of dat je de persoon los kunt zien van diens daden? Die luxe heb ik niet. Voor mij bestaan mijn oma en vader helemaal niet uit twee personen. Komt dat omdat ik slachtoffer ben en de getuigen in mijn haag dat niet zijn? Komt het omdat zij zoveel positieve ervaringen hebben met mijn oma en vader? Spelen mijn blauwe plekken een rol bij het rotgevoel dat ik nu heb? Ik lees de reacties die ik op hun antwoorden heb geschreven. Oef, dat doet pijn. Behalve dat ik ze bedank voor eerlijkheid en kwetsbaarheid en hun verdriet erken, benoem ik bijvoorbeeld dat het slachtofferschap van de daders op deze manier ook eindelijk de ruimte krijgt. De ruimte die het in hun leven nooit kreeg. Ik schrijf dat dit heel eenzaam en verdrietig voor hen geweest moet zijn. Ik schrijf zelfs dat we als familie misschien wel intergenerationeel kunnen helen, ook voor mijn oma en mijn vader. En aan een ander schrijf ik dat de liefde, het mooie en het milde, ook voor mij niet nu ineens verdwenen is. Ik schrijf dat ik ook daar deel van uitmaakte en hoop dat dit zo mag blijven.
Blauwe plekken: metafoor voor emotionele beschadigingen uit je kindertijd; situaties waarin je basisbehoeften (zoals veiligheid) niet zijn vervuld; je kindmodus wordt geactiveerd; blauwe plekken verwijzen naar diepgewortelde patronen in je ziel die pijn doen als ze worden aangeraakt
Willoze inschikkelijke (modus in schematherapie): coping mechanisme waarbij iemand zich volledig aanpast aan de wil, behoeften en regels van anderen; volgzaam; je eigen wil opgeven en schikken naar een ander
Kiki spuugt haar roze kauwgom uit en komt naast me zitten. Ze kijkt verdrietig naar de tekst die ik geschreven heb. Als we nu aan de eettafel zouden zitten, kroop ze eronder. Ze is het niet eens met wat ik doe. Wanneer ik mij opstel als de willoze inschikkelijke, verloochen ik Kiki, verloochen ik ons, verloochen ik mezelf. Op mijn arm vormt zich een grote blauwe plek, Kiki drukt erop met haar wijs- en middelvinger tegelijk. En dan pas voel ik wat er nu gebeurt in mijn binnenwereld. Ik voel me schuldig dat ik het mijn familie, deze lieve getuigen, zo moeilijk heb gemaakt met mijn verhaal over hun moeder en mijn vraag of ze me geloven. Ik ben bang dat ze me nu niet meer lief vinden. En dan verschijnt er een blauwe plek op mijn andere arm. Kiki drukt ook hier stevig op. Verdomme, wat nu weer? Kiki laat het me zien. Omdat voor mij de dader helemaal niet uit twee personen bestaat, kan ik niet meedoen met de rest. Maar ik wil niets liever dan dat, ik wil meedoen en erbij horen. Ik wou dat ik ook die lieve kant van de dader had gekend en gevoeld, die lieve persoon ín de dader. Ik wou dat het voor mij net zo moeilijk was als voor hen, om die lieve kant te combineren met het daderschap. Zelfs zo moeilijk dat het me niet zou lukken en dat ik mezelf dus kon toestaan om één dader als twee personen te zien. Dan zou ik er eentje kunnen veroordelen en eentje niet. Dat veroordeelde deel kon ik dan wegzetten en van het andere deel kon ik dan gewoon blijven houden. Dat had ik heel fijn gevonden. Maar dat is voor mij niet zo. En ik kan niet net doen alsof dat wel zo is, want dan ben ik de willoze inschikkelijke en die zou ik niet meer zijn. Dus dan probeer ik nu te denken: ik kan het niet, maar zij kunnen het wel, dat gun ik ze en dat is prima. Toch? Ik kijk naar Kiki. Ze schudt haar hoofd. Ik krijg nog steeds de doos met puzzelstukjes niet.
Het woord monster is afgeleid van het Latijnse monastre (tonen) en monere (waarschuwen)
Monster: angstaanjagende persoon; griezelig wezen; schrikwekkend wezen
Beul: wreed mens; persoon die folteringen uitvoert; mishandelaar; slachter; bestraffer; beestmens
In een artikel lees ik dat de Amerikaanse documentairemaker Amanda Mustard zegt: "Plegers van kindermisbruik zijn geen monsters, maar mensen die iets monsterlijks hebben gedaan." Dit komt overeen met hoe een aantal van mijn getuigen kijken naar de plegers van incest binnen onze familie. Daarna lees ik een ontzettend indrukwekkend interview met Gisèle Pelicot, de Franse heldin die jarenlang door haar man werd gedrogeerd om haar daarna te verkrachten en door tientallen mannen te laten verkrachten. Zij omschrijft deze meneer Pelicot als 'beul', maar vertelt tegelijk dat zij de herinneringen aan hem koestert. Ze zegt dat het leven zich niet over laat doen en ze het daarom nodig heeft om te geloven dat al die jaren niet alleen maar leugens waren. Ik vraag mij af of dit ook de reden voor mijn familie is om de gruweldaden te scheiden van de personen die deze binnen onze familie pleegden. Gisèle vertelt dat een drama als dit een familie niet dichter bij elkaar brengt, maar het als een explosie is die alles wegvaagt. Dat maakt me trots op mijn familie, dat wij in gesprek blijven en proberen om ons niet weg te laten vagen. Ook als we even niet meer weten hoe het verder moet. En ook als het zou betekenen dat het uiteindelijk toch niet lukt. Gisèle vertelt dat meneer Pelicot voor haar geen monster is, maar dat hij monsterlijke dingen heeft gedaan. Hierin herken ik de Amerikaanse documentairemaker. En dan zegt Gisèle dat het altijd aan onszelf is wat we kiezen en dat meneer Pelicot heeft gekozen voor de duistere krochten van de menselijke ziel. Ze zegt dat hij alles had om gelukkig te kunnen zijn, maar koos voor de onderwereld. Ja, Gisèle, ja! Hij had anders kunnen kiezen, maar hij koos ervoor om jou te verkrachten. Hij koos ervoor om jou, de moeder van zijn kinderen, zijn vrouw en het mooie mens dat jij bent, als een beul te mishandelen. Hij koos ervoor, elke keer weer, week na week, jaar na jaar, om dit te blijven doen. Hij koos ervoor om ook tientallen andere mannen als beul op jou los te laten. Keer op keer koos hij, met zijn volle verstand, opnieuw. Keer. Op. Keer. Opnieuw. Maakt dat hem dan geen monster? Is de persoon die dit doet dan niet een schrikwekkend wezen? Kunnen herinneringen aan de persoon, die jou dit moedwillig heeft aangedaan, dan nog steeds liefdevol zijn? Gisèle, je schrijft dat je het nodig hebt om te geloven dat alle voorgaande jaren geen leugens waren, maar is de persoon die je scheidt van de daden, is díe persoon niet juist de leugen?
De persoon scheiden van de daden. Kan dat wel? Ik kan het niet. Gisèle en mijn familie kunnen het wel. Maar mág het? Gisèle sowieso, want zij is slachtoffer. Blijkbaar vind ik dat dan een groot verschil. Mag mijn familie het dan ook?
Kiki knikt. Dit is het, dit is dé vraag. Het duurde vier hele pagina’s typen voor ik hier eindelijk kwam. Mogen mijn getuigen de persoon scheiden van de daden? Mogen zij het nalaten om hen als persoon te veroordelen?
Ik lees over de grote sextortion zaak die onlangs veel in het nieuws was. Afpersingen van en ontucht met kinderen, maken van kinderporno, verkrachtingen en nog meer gruwelijkheden gedurende een periode van 12 jaar. Deze persoon, Mark S, heeft zo’n 120 onschuldige kinderen tot slachtoffer gemaakt en behalve ze zelf seksueel te misbruiken, dwong hij hen ook tot seks met anderen en zelfs tot het misbruiken van andere minderjarigen en dieren. Mag hij dan wel een monster heten? De kinderen zijn getraumatiseerd, ze kampen met nachtmerries, paniekaanvallen en angstgedachten. Een aantal hebben zelfs geprobeerd zelfmoord te plegen.
Deze persoon verschilt helemaal niet zoveel van de daders die incest pleegden met mij, nog drie kinderen en wie weet met hoeveel nog meer. Andere kinderen waren toen misschien nog zo jong dat ze het zich niet herinneren, of al volwassen maar durfden het nooit te zeggen. De gevolgen voor de slachtoffers in de sextortion zaak van Mark S. zijn in ieder geval hetzelfde als die voor de slachtoffers van mijn oma en mijn vader. En dat maakt mijn oma en mijn vader dus even grote monsters als Mark S. Ik vraag me af hoe de omgeving van Mark S. nu naar hem kijkt. Of ze hem als persoon scheiden van zijn daden. Of ze niet hem als persoon, maar alleen zijn daden veroordelen. En of het ze lukt om hun herinneringen aan hem te blijven koesteren. Ondanks alles wat ze nu weten.
Ik Google Adolf Hitler. Zou hij ook een goed persoon zijn, los van zijn daden? Hij was geen liefhebbende vader, maar hij nam wel maatregelen voor dierenwelzijn en liet de werkloosheid dalen van 6 miljoen naar bijna 0. Maar goed, niet echt dingen die hem per se tot een goed persoon maken. Al denkt Eva Braun daar misschien wel anders over. Oké, Trump dan? Dat is een naar persoon, pleger van vreselijke daden, maar óók een familieman. Hij heeft 5 biologische kinderen en maar liefst 10 kleinkinderen. Of maakt het hebben van zoveel kinderen en kleinkinderen je nog niet gelijk een familieman? Laat staan een goed persoon...
Goed persoon: iemand die verantwoordelijkheid neemt voor het eigen leven, anderen met waardigheid behandelt en bewust kiest voor het goede, zelfs in uitdagende situaties
Het Googlen van Hitler en Trump leverde me niet zoveel op, maar bracht me wel tot het definiëren van wat een goed persoon is. En dat heeft geleid tot een heel belangrijke conclusie die het licht verdient. Dus, ik zet het in het volle licht. Voor Kiki, voor mij, voor de andere slachtoffers, voor alle slachtoffers:
Mijn oma en mijn vader waren, net als alle andere daders van kindermisbruik, geen goede personen. En ik hoef dat ook niet te vinden. Ik hoef daar ook niet bij te horen of daar aan mee te doen. Ik hoef niet te schikken. Mijn oma en mijn vader kozen er heel bewust voor om kinderen seksueel te misbruiken, hun vagina en penis te laten aanraken door onschuldige kinderhandjes, kinder vagina’s en anussen te verkrachten met vingers, penis en voorwerpen, pijnlijke opdrachten te geven, te mishandelen, te bedreigen en toe te (laten) kijken. Mijn oma en vader hebben kinderlevens, tienerlevens en volwassen levens verwoest en de levens van de andere gezinsleden van alle slachtoffers kapotgemaakt. Deze daders hadden hulp kunnen zoeken, deze daders hadden anders kunnen kiezen. Zij hadden anders kunnen kiezen net als meneer Pelicot en net als Mark S. Maar ook mijn oma en mijn vader kozen voor de duistere krochten van de menselijke ziel. En dat verdient geen enkele koestering, dat verdient veroordeling.
Koesteren: verwarmen; vertroetelen
Veroordelen: afkeuren; afwijzen; verwerpen; schuldig verklaren
Kiki schuift de doos naar me toe, ik mag weer een puzzelstukje leggen. We kunnen eindelijk verder.
Deze afbeelding wordt binnenkort vervangen door een eigen tekening
Reactie plaatsen
Reacties