Kiki zit op het voeteneinde van mijn bed en samen kijken we naar de verschillende kleuren snoertjes van de plakkers op mijn bovenlijf naar de monitor. Op mijn wijsvinger zit een knijper, ook aan een snoertje. Ik wiebel ermee voor Kiki’s gezicht, ze moet erom lachen. Mijn hartritmestoornis viert zijn hoogtijdagen, pijn op de borst, kortademig bij geringe inspanning, pijn tussen de schouderbladen en extreem moe. Maar toen hoorde de huisarts een ruisje op het hart en dus, op deze hele normale vrijdagmiddag, liggen Kiki en ik op de spoedeisende hulp.
De bloedonderzoeken wijzen, behalve op een te hoog cholesterol en hoge suiker, niet op acuut gevaar. Er ligt gelukkig geen hartinfarct op de loer en uit de longfoto blijkt ook geen embolie. We moeten de echo van het hart volgende week nog even afwachten, maar de cardioloog vertelt me dat het waarschijnlijk allemaal stress is. Fijn. Toch? Want hoe fijn is het eigenlijk dat door de stress vanwege het verwerken van incest, mijn lichaam zulke heftige alarmsignalen geeft?
Ik ben 45 jaar geworden en wil graag van deze gelegenheid gebruikmaken om mijn vader en mijn oma te bedanken voor dit fantastische cadeau. Dankjewel allebei, voor het jarenlange, structureel misbruik van mijn kinderlijfje. Ook namens Kiki. Het gesjor aan mijn vagina, pap, dat is helemaal niet het ergste. Ook niet toen het me heel veel pijn deed. Dat je je stijve volwassen lul in mijn kleine kindervaginaatje propte, dat is echt niet mijn grootste probleem. Het is het gevoel dat ik al 45 jaar bij mij draag, dat mijn hele leven in de weg heeft gezeten: waardeloosheid, zelfverwijt, schaamte, schuld, angst, wantrouwen...
Jij mens onwaardige, kind onwaardige, mij onwaardige, mega klootzak!
"Wat voel je?" vraagt de Tolk. Het is de volgende EMDR sessie. We behandelen de scène waarin mijn vader mij misbruikt en er links van mij iemand toekijkt. Er is een andere volwassene in mijn slaapkamer. Hij leunt tegen de muur en zegt niets. Hij kijkt naar mij en naar mijn vader en weer naar mij. Ik ben terug in die scène, in mijn kinderlijf, in mijn kinderhoofd. Ik kijk niet naar mijn vader, ik kijk alleen maar naar die ander. "Ik weet niet wat het betekent dat diegene naar mij kijkt, ik ben bang voor wat diegene denkt," zeg ik dan. "Waarom is die andere persoon zo belangrijk in dit plaatje?" vraagt de Tolk. En dan voel ik precies weer wat ik voelde, als klein meisje, daar op dat moment. "Ik schaam me," zeg ik. "Waarvoor schaam je je?" vraagt de Tolk. "Ik schaam me ervoor dat diegene ziet wat mijn vader met mij doet, ik schaam me dat hij ziet dat ik hiervoor ben, ik ben waardeloos, het enige waarvoor ik ben is om misbruikt te worden, dat is waarvoor mijn vader mij gebruikt en dat is wat hij nu laat zien aan een ander: dit meisje kun je hiervoor gebruiken, ga je gang." Wat verschrikkelijk om te voelen. Om nu als volwassen vrouw te voelen dat dit is hoe ik mij toen voelde als lief, onschuldig kindje. Wat verdrietig dat zij dit zo gevoeld heeft. "Wat vind je van jezelf op dat moment?" vraagt de Tolk. "Dat ik er niet toe doe," zeg ik. "Ik doe er gewoon niet toe, dit is het enige waar ik voor dien, dat voel ik." "En wat zou je graag wíllen voelen?" vraagt ze dan. "Dat dit allemaal niet gebeurt," zeg ik. Maar dat kan niet, volgens de Tolk. "Ik voel dat seksueel misbruik bij mij hoort, dat seksueel misbruik onderdeel is van mijn 'zijn'. Waarvoor ik precies op deze wereld ben, weet ik niet. Maar zeker is dat ik in ieder geval op de wereld ben om seksueel misbruikt te worden," zeg ik. Dat is een hele sterke overtuiging die ik mijn hele leven al bij mij draag, zelfs in mijn volwassen leven. Zelfs vanmorgen nog. Ook gedurende gezonde relaties heb ik vaak tegen mijn zin in seks moeten hebben, van mijzelf of van mijn partner. Mijn al zo sterke overtuiging, werd dus continu bevestigd. Dus, ik weet nu ook wat ik zou wíllen voelen: "Ik wil meer zijn en meer betekenen dan alleen iemand om seksueel te misbruiken." "Dan gaan we daar nu EMDR op doen," zegt de Tolk. En dat doen we. De Tolk redt weer mijn leven.
Vanwege mijn hartklachten kunnen we de week erna niet een volledige sessie doen, dat kan mijn lijf simpelweg niet aan. Dus we doen de sessies vanaf nu in twee keer. "Wat voel je?" vraagt de Tolk. "Ik klem mijn knuffels zo stevig tegen me aan, dat ik de spieren stijf voel worden in mijn bovenarmen," zeg ik. "Wat voel je nog meer?" "Pijn," zeg ik dan. "Mijn vader doet mij heel erg pijn, maar hij hoort en ziet mij helemaal niet." "Zeg je iets tegen hem?" vraagt de Tolk. "Ja," zeg ik. "Ik zeg 'au' maar hij negeert het." "Hoe voelt dat?" vraagt de Tolk. "Heel verdrietig," zeg ik. En ik voel het. Ik zie het, ik hoor het, ik voel het verdriet. Mijn ogen worden nat. "Ik doe er gewoon niet toe, weer niet!" Mijn stem klinkt boos. "Moet dit elke keer opnieuw? Moet ik elke sessie opnieuw dezelfde dingen voelen? We hadden dat hele waardeloze gevoel toch al behandeld?" "Als je nu kijkt naar het plaatje, naar jezelf, voel je je dan waardeloos?" Ik kijk extra goed naar mezelf. "Nee," zeg ik. En dat lucht op. "Ik vind mezelf een heel waardevol mini mensje". "Dus wat is het dan, hoe je je voelt?" vraagt de Tolk. "Ik voel de pijn en ik voel me verdrietig omdat mijn 'au' niet helpt, ik voel dat ik me niet kan verweren," zeg ik. "Voel je je machteloos?" vraagt de Tolk. "Ja, dat is het helemaal!" De Tolk heeft het weer precies goed vertaald. "Oké, doe je ogen maar weer open, dan beginnen we."
Voor de kijkers is Kiki rechts van mij, ze strekt haar arm naar me uit en zo staan we hand in hand naast elkaar op het podium. We proberen onder het licht van de felle lampen door te kijken naar het publiek, naar onze getuigen. We hebben net gedeeld, ons hele verhaal verteld. Wij zijn immers de Deler. Het publiek moedigt ons aan. Ze scanderen onze naam en roepen dat we er niet alleen voor staan, dít keer niet. Maar met dat we delen, gaat er steeds meer kleding uit en worden we bloter en bloter en bloter. Ons publiek houdt bijna alle kleren aan, wat ons steeds kwetsbaarder en kleiner maakt. Zo nu en dan gooit iemand een shirt door de lucht en een ander een broek. Maar niemand gaat door tot zijn ondergoed, niemand gaat zo bloot als wij. En zo zijn wij van de Deler, ineens de Stripper geworden. Zolang ik mijn bh en die grote katoenen onderbroek alsjeblieft maar aan mag houden, dan voel ik me nog best veilig. Maar Kiki in haar topje en boxer met rode roosjes, probeert zich tevergeefs te verstoppen voor het felle licht, voor de vele ogen op ons gericht. Ze knijpt in mijn hand en zoekt mijn steun.
Ik leg mijn vrije hand op mijn borst, daar waar het pijn doet. En het is genoeg geweest. De rest van onze verwerking hoeft niet op een podium en niet in ons bijna blootje. Het is genoeg zo. Dus ik pak een grote deken en sla deze met mijn grote, sterke armen om ons heen. Die grote, sterke armen waar ik over schrijf in Deel I, die heb ik blijkbaar zelf. Je mag je ondergoed aanhouden lieve Kiki, jij bent klaar. We waren de Deler, we werden de Stripper en als we zo doorgaan worden we de Dode. En dat laat ik niet gebeuren. We geven ons lijf, ons hoofd en ons hart de rust. Alles staat nu in het licht en meer hoeven wij niet te doen. We maken alle EMDR sessies af, verwerken alle nare beelden en behandelen al onze gevoelens. En daarna kunnen we eindelijk ontdekken wie we zijn zonder intergenerationeel incesttrauma en zonder complexe PTSS. Ontdekken wie we écht zijn. We laten het verleden in het verleden en gaan leven in het nu, of beter nog; we gaan nu leven.
Wij zijn de Overlever.
Kom Kiki, pak mijn hand, we gaan.
Reactie plaatsen
Reacties