"Op mijn verjaardag heb ik een schrijfblok en 100 enveloppen gekregen, dus zul je ermee moeten leven dat je wel veel brieven van me krijgt. Niet erg hè?! Of wel? Even iets anders, ik heb gehoord dat als je ergens mee zit, dat je dan bij jou goed terecht kan (laat het volgende please aan niemand lezen).
Het is niet echt een groot probleem of zo hoor, maar ik weet gewoon niet meer wat ik moet doen. Misschien kan jij me helpen. Er is een jongen die (...) heet, daar heb ik een paar keer verkering mee gehad. Omdat hij heel arrogant en oversext was, heb ik het alle keren weer uitgemaakt. Toen we verkering hadden was hij altijd op sex uit. Maar omdat ik 13 jaar was, legde ik wel een grens. Maar (...) was 16 en iemand die altijd 'meer' wil. Hij wou per se met mij naar bed en als ik dat niet zou doen, kwam hij met allerlei dreigementen. Ik had gezegd dat het moest aflopen. Maar toen kregen we ruzie en als ik ergens een hekel aan heb, is dat aan ruzie. Ik wilde liever vrienden met hem zijn en na een hele tijd waren we dat dan ook eindelijk!! Maar hij vroeg me wel nog steeds verkering en bij discozwemmen probeerde hij me steeds op m’n bek te pakken. Soms hield hij me vast en wilde hij me niet meer loslaten. Hij zei dat ik mijn hand in z’n zwembroek moest stoppen en dat ik hem moest aftrekken enzo. (...) is vreselijk sterk, hij is heel gespierd enzo, dus ik kon mezelf niet losmaken of zo.”
Toen ik net 4 dagen 14 jaar oud was, schreef ik een brief van 8 kantjes naar mijn penvriend. Ik vroeg hem om de brief weer naar me terug te sturen als hij het gelezen had. En gelukkig heeft hij dit gedaan, waardoor ik precies 30 jaar later een heel duidelijk inkijkje krijg in één van de grootste trauma’s uit mijn kindertijd. Daar waar de tekst van bovenstaande foto eindigt, begint op de eerste dinsdag van de voorjaarsvakantie in 1995, om half 12 's ochtends, een 5 uur durend seksueel misbruik, inclusief verkrachting, bij hem thuis. Ik zal niet alle kantjes citeren en fotograferen, maar ik deel met jullie wat kleine stukjes van deze grote ramp.
"Hij trok me naar zich toe, maar ik duwde hem weer weg. Ik denk dat ‘t kwam omdat ik bang voor hem was, hij is veel groter en sterker dan ik. Toen ik zei dat ik dit niet wou, zei hij dat ik m'n schoenen uit moest doen en kwam hij op me liggen. Hij vroeg niets, hij beveelde alleen maar. Ik denk niet dat je zin hebt om de details te horen. Maar als ik zei dat ik iets niet wilde, kon hem dat niets schelen. Bijvoorbeeld toen hij m'n broek losknoopte en me ging …….. juist ja. Ik zei dat ik 'het' niet wilde doen, ik was nog 13, niet verliefd op 'm en had geen zin en bovendien doe ik het veilig en anders niet. (...) zei echt dat hij het met me eens was. Toch lagen we even later met alleen onze sokken nog aan en deed hij alles wat hij wou, ook al schudde ik 'nee'. Hij probeerde steeds bij me naar binnen te komen. Ik trok steeds terug en wilde het echt niet. Ik moet echt kotsen als ik eraan terugdenk. Op den duur werd hij echt opgewonden, hij deed me pijn en het kon hem echt niets schelen wat ik ervan vond. Ik vond het vreselijk."
""Je zult dit eerst moeten doen en anders hou ik je hier de hele nacht en doe ik alles wat je niet wil." zei hij. En toen kwam 'ie steeds dichter bij m'n mond met dat gore ding van 'm en toen was de maat voor mij toch echt vol. Ik zei dat als 'ie me niet los zou laten, ik heel hard zou gillen. Want zijn moeder was nu wél thuis. Hij liet me eindelijk los. "Vrijdag zelfde tijd, zelfde plek," zei hij. Maar hij kon de schijt krijgen, ik ben niet gegaan."
Aan het einde van kantje 7 schrijf ik mijn penvriend wat het probleem nu eigenlijk is. Alsof het probleem dus niet de hele verkrachting is.
"Het probleem is: ik had hem laatst verteld dat ik niet gek op 'm was, dat vond hij niet erg, als we maar nog wel met elkaar naar bed gingen, dat wilde ik niet. En nu hebben we ruzie. Op school negeert 'ie me volkomen en ik weet echt niet waarom 'ie dat doet. Hij is echt heel gemeen. En ik vind het vreselijk, ik wil heel graag gewoon vrienden met 'm zijn. Het is mijn eigen schuld voor een deel, dat hij verder is gegaan als ik wou. Oké, wat hij geflikt heeft is niet goed, maar ik wil echt gewoon vrienden met 'm zijn. Mijn vraag aan jou: wat moet ik nou? Hoe word ik weer vrienden met hem? Ik hoop niet dat je het erg vond dat ik je dit geschreven heb, maar ik moest het gewoon even kwijt. Laat 't -please- aan niemand lezen."
Kiki zit naast me op de bank. Ik kijk haar aan. Hoezo is dit voor een deel jouw schuld? Hoezo wil je vrienden zijn met iemand die je verkracht heeft? Die gemeen tegen je is? Die je negeert als je niet doet wat hij zegt, ook al is het tegen jouw zin? Hoezo ben je zo lief voor hem? Kiki slaat haar ogen neer. Zij weet het. En als ik terugkijk, weet ik het ook. Nu pas weet ik het ook. Dit is wat ze kent. Mensen doen haar lijfje pijn. Mensen hebben seks met haar, zonder dat ze het wil. Haar 'nee' is geen nee. Haar grenzen zijn geen grenzen. Zij wil alleen maar lief gevonden worden. Die lieve Kiki. Ze probeert de daders pratend op andere gedachten dan op 'standje verkrachten', te krijgen. Wat een dapper meisje is zij! Ik til haar hoog op en zet haar op mijn schouders. Kiki straalt.
Ik moet denken aan iets dat ik las in een stukje uitleg over de antwoorden n.a.v. een test die ik had ingevuld op de website www.traumaseksualiteit.nl:
'Ik zend uit dat ik wil, maar ik wil niet.' Het niet geïntegreerde misbruikte meisje is aantrekkelijk voor bepaalde mannen. Ze is pakbaar en beschikbaar. Ze wordt niet beschermd door het nee van de volwassene omdat het NEE niet beschikbaar is. De interne dader (mijn vader) zegt: gebruik haar maar en dit wordt gehoord door externe daders (zoals mijn oma en de eikels die mij verkrachtten toen ik 13 jaar en ouder was).
Het is helaas niet gebleven bij alleen deze eikel, die overigens nu een politieagent is. Zorgwekkende gedachte hè? Ik heb vorig jaar overlegd met de politie, of ik aangifte tegen (...) kon doen om meer slachtoffers te voorkomen. Maar mijn zaak is verjaard. Ik belde nét 2 jaar te laat. Dat vonden zij ook heel jammer, want met mijn handgeschreven brief met datum én meerdere getuigen aan wie ik 30 jaar geleden direct na het delict over de verkrachting heb verteld, die de hele aanloop ook hebben meegekregen (zoals de seksuele handelingen in het zwembad etc.) en zich dit ook nog eens goed herinneren, zou dit een sterke zaak zijn. Maar ja, verjaard. En dus is deze man al jarenlang politieagent, zonder dat iemand weet wat hij op zijn kerfstok heeft. En ik kan alleen maar hopen dat hij niet nog meer slachtoffers gemaakt heeft, of nog steeds maakt.
Wat ik al zei; het is niet bij alleen deze eikel gebleven. Tussen mijn 13e en 18e volgden nog meer verkrachtingen. Eentje in mijn huis toen ik net 16 jaar en alleen thuis was. Hij vroeg niets. Met dat ik de voordeur opende, duwde hij mij gewoon naar achter met zijn grote lijf en dwong hij mij zo de woonkamer in en de bank op. Ik zei op mijn aller vriendelijkst dat ik het niet wilde. Achteraf begrijp ik nu dat lief gevonden worden in dreigende situaties mijn coping was. Al bleek dit niet bepaald effectief. Ik was duidelijk in het uitspreken van mijn nee en schudde ook driftig met mijn hoofd. Maar het werd niet gehoord of gezien, of simpelweg genegeerd. Het 'uitstappen' had ik vroeger al geleerd. Dus bij het loskomen van zijn riem, het geklingel van het metaal dat ik nog steeds hoor, stap ik uit. En wanneer het zware gewicht zich na een tijdje van mijn borstkas lift, stap ik weer in. De riem gaat weer vast en met een zelfvoldane kutkop loopt hij zo de deur weer uit. Alsof er niet net iets heel afschuwelijks is gebeurd. Ik zie mezelf nog staan in de badkamer. Ik spoelde mijn gezicht af, trok mijn kleren recht, keek in de spiegel en zei: "dit is niet gebeurd." Zo simpel was het. En je gelooft het niet, maar deze man is een bekende advocaat geworden. Ik maak geen schijn van kans. Toen al niet en nu nog steeds niet, al zou ik het willen of durven. Geen schijn van kans.
De volgende was bij mijn allereerste baantje, ik was 17 jaar. Mijn leidinggevende flirtte opzichtig met me op de werkvloer. Iedereen lachte erom, niemand nam het serieus. Dat probeerde ik ook, maar ik voelde me er ontzettend ongemakkelijk bij. Ik was net gestopt met school en dit was mijn eerste ervaring op een kantoor. Een echte serieuze baan, zo voelde het. Elke keer als hij me complimenteerde, luid genoeg voor iedereen om te horen, bloosde ik enorm. Op den duur zocht ik zo veel mogelijk een plek in een andere ruimte dan waar hij zat, maar hij wist me altijd weer te vinden. En op een einde werkdagmiddag achtervolgde hij mij naar de wc. Omdat hij al even een paar meter achter me aanliep, ging ik bewust een heel toiletblok verder. Maar hij dus ook. Hij forceerde zich bij mij het hokje in, drukte me voorover en penetreerde me gewoon zo even achterlangs. Alsof het niets was. Maar voor mij was het alles. Ik voelde me smerig en niet meer mens. Ik kon niet bedenken hoe hiermee om te gaan, anders dan te doen alsof het niet gebeurd was. Het kwam niet eens in me op om het aan iemand te vertellen. Het kwam niet in me op dat er mogelijk mensen waren die mij hiermee konden helpen. Niet veel later stond hij ineens thuis voor mijn deur. Ik schrok me wezenloos. Hoe wist hij mijn adres? Hij belde aan en was zichtbaar dronken. Hij nam de moeite niet eens om binnen te komen. Op de drempel van mijn voordeur draaide hij me zo om, drukte me weer voorover en deed hetzelfde als eerder op het werk. Gelukkig had hij niet veel tijd nodig beide keren, een paar keer stoten en klaar was het. En zo liet hij me daar in mijn eigen deuropening ook gewoon weer achter. Kort daarna had hij ook een vriend van hem mijn adres gegeven. Ik voelde me een doorgegeven hoer. Of zoals ik het nu zou noemen: pakbaar en beschikbaar. Deze vriend was gelukkig minder doortastend. Hij probeerde me wel te tongen, zat aan mijn borsten en aan mijn billen, maar hij leek het niet leuk te vinden om door te zetten na al mijn nee’s. Dus die droop af zonder neuken.
Op mijn 18e bij mijn tweede kantoorbaantje, dus dit was na die ontzettend fijne ervaring waar ik zonet over schreef, vroegen ze wie na werktijd met schoonmaken wat extra's wilde bijverdienen. Nou, dat wilde ik wel. Maar het leek al snel op een heel goedkoop porno scenario. Ik maakte als jong meisje het kantoor schoon en mijn baas was nog aan het werk, hij vroeg of ik ook zijn kamer wilde stofzuigen. Hij zat aan zijn bureau en ik werkte voorzichtig om hem heen. Maar toen ik binnen zijn armlengte kwam, pakte hij me vast en zette me zo tegen zijn bureau. Hij begon me te zoenen. Geen vragen, niets. Ik voelde me verloren. Dit is blijkbaar hoe het leven is als meisje en als jonge vrouw. Mannen grijpen je als ze willen, ze pakken wat ze pakken kunnen. Mijn lijf dient daarvoor. Ik doe er niet toe. Vanaf dat moment was ik zijn accessoire. Dus te pas en te onpas haalde hij mij onder werktijd van mijn plek en moest ik met hem mee. Meestal om seks te hebben, maar we gingen vaak ook langs andere kantoren met andere bazen. Ook die hadden allemaal een eigen accessoire. Ik pikte ze er zo uit. Stuk voor stuk knappe, jonge meisjes net als ik. Die er ook allemaal niet toe deden, net als ik. En we hadden allemaal, tegen onze zin, seks met onze baas. Zij wisten het en wij wisten het. Wij, de accessoires, zagen elkaar regelmatig. We waren het vaste gevolg van onze bazen en dit was alles behalve eervol. Soms grapten de bazen erover, of ze ons onderling zouden ruilen. Wij waren bang dat dit op een dag geen grapje zou zijn. We geneerden ons dood, maar waren allemaal niet opgewassen tegen deze mannen. Dus we deden alsof het leuk was. Niet naar elkaar, want wij wisten wel beter. Maar vooral naar de buitenwereld. Mijn vriendinnen moet ik er lachend en misschien zelfs trots of stoer over verteld hebben. Ik schaam me daar nu kapot voor. Maar dat schamen probeerde ik toen nou juist op die manier te verbloemen. Op een personeelsfeestje raakten een collega en ik verliefd op elkaar en hij vroeg me verkering. Ik was in de wolken. Maar ja, wat moest ik nu met mijn baas? Ik wist dat hij mij niet zomaar zou bevrijden van mijn ongewenste neventaak. Mijn redding was dat mijn nieuwe verkering toevallig de zoon was van een andere baas. Dus ik klopte aan bij die van mij en vroeg of hij wilde stoppen seks met me te hebben, omdat ik mijn verkering niet kwijt wilde. Hij zei: "Dan moet het nu nog één keer en dan ben je er daarna vanaf." Dus daar lag ik, op mijn rug op het tapijt van zijn kantoor, om me voor de laatste keer door hem te laten neuken, terwijl achter die gesloten deur mijn kersverse verkering nietsvermoedend aan het werk was. Maar hij hield woord, ik was hierna inderdaad van hem af. Even later vond hij een nieuw schoonmaakmeisje en liep er een nieuwe accessoire aan zijn arm. Dat arme meisje. Zij wist het, ik wist het. We wisten het allemaal.
Ik heb me ontzettend lang geschaamd voor het vele misbruik dat ik moest ondergaan. Als kind, als tiener en als volwassene. Ik heb altijd gedacht dat het aan mij lag. Mijn manier van doen zal het wel uitgelokt hebben. Mijn nee zal niet hard genoeg geklonken hebben. En het werd 'gewoon'. Niet leuk, maar wel gewoon. En het bleef ook maar gebeuren. Op den duur waren het geen verkrachtingen meer, omdat ik stopte met nee te zeggen. Zo voelde ik me langzaam weer meer mens worden. Ik was liever iemand die veel seks had, dan iemand die steeds verkracht werd. Ik had geen enkele connectie meer met mijn lijf. Ik kon in- en uitstappen zo vaak en wanneer ik wilde. Ik kon faken als de beste, ik hoefde he-le-maal niets te voelen. En mannen bleken super gemakkelijk te sturen. Ik wist precies wat ik moest zeggen en doen om ook het zo kort mogelijk te laten duren. Ik gebruikte seks vaak ook als test, zo scheidde ik het kaf van het koren. Als een man deed alsof hij me echt leuk vond en seks met me wilde, liet ik hem kiezen. Of we hadden die avond seks maar hij zag me nooit weer, of we hadden die avond geen seks, maar er kwam een volgende date. Bijna allemaal kozen ze voor de eerste optie. Maar zij die overbleven, werden best leuke relaties. En zo kwamen er ook mooie avonturen op mijn pad, met leuke mannen, gekke belevenissen en bijzondere gebeurtenissen. Mijn bestie en ik veroverden de wereld op onze geheel eigen fantastische manier. Het lichtpunt in mijn leven, zonder haar was er alleen de hel. En wie met ons mee mocht doen had geluk. En geluk hadden wij vaak ook. Mijn leven was geen normaal leven. En dat was leuk en niet leuk tegelijk. De incest schaduw hing boven alles, daar was geen ontkomen aan. Ook niet door te rennen en te vluchten. Ook niet door te vechten of te verstoppen. En zelfs niet door te zwijgen en te ontkennen. Ik bestond gewoon altijd uit twee: eentje die gebukt ging onder de gevolgen van incest en eentje die probeerde een normaal leven te leiden. Ik moet ineens denken aan mijn vader. Na zijn dood hoorde ik dat hij een aantal naasten heeft verteld over hoe hij een schaduwleven leidde, waar niemand het bestaan van wist. Ik zou niet op hem willen lijken. Maar stel, stel dat ik dat wel doe? Stel dat ik door mijn incestverleden hetzelfde soort schaduwleven heb geleid als hij door zíjn incestverleden. Dat vervloekte 'ik ben pakbaar, ik ben beschikbaar' schaduwleven. Dat we het anders hebben ingevuld is zeker. Hij gedroeg zich destructief, had last van agressieve fantasieën over vrouwen, hij zocht naar fysiek gevaar, naar seksueel geweld en naar kinderen. In al deze dingen herken ik mijzelf gelukkig absoluut niet. Maar ik herken me er wel in dat hij zijn schaduw-relaties ranzig, beschamend en pijnlijk noemt. Zo noem ik mijn verleden met mannen ook. En zo voel ik me ook. Ook dat van hem klinkt als een soort eenzame, geheime beleving. Verstopt door de schaamte en voor de onmacht, was er voor ons beiden niet aan te ontkomen.
Ook al kan ik nooit meer van mijn vader houden, denk ik nu wel aan 'Papa' van Stef Bos:
De waarheid die je zocht
En die je nooit hebt gevonden
Ik zoek haar ook
En tevergeefs
Zolang ik leef
Want papa, ik lijk steeds meer op jou
Met dit laatste deel van dit stuk van mijn verhaal heb ik geprobeerd je een beeld te geven van hoe een leven na het fysieke incest eruit kan zien. Hoe diep de sporen zijn die incest nalaat, hoe groot de invloed van incest is en blijft op elk aspect van je leven. Als ik niet nu zo ontiegelijk moe was, kon ik vertellen over alle andere chronische klachten die mijn leven teisteren, al jaren en jaren en jaren. Over de eenzaamheid, de onzekerheid, de minderwaardigheid, de stemmen, het wantrouwen, de paniek, de angst, het eeuwige energie tekort, het sociale isolement, alle problemen met grenzen bewaken, seks, relaties, alles alles alles. Maar er zijn boeken en er is Google. Lees zelf maar even. Wij zijn moe en gaan onze krachten sparen voor het volgende intensieve hoofdstuk van onze verwerking, EMDR. Ik voel de haast om dit verhaal af te ronden. Ik vraag mezelf af waar die haast vandaan komt. Het voelt alsof ik het niet meer aankan. En ik weet niet of het fysiek of mentaal is, of allebei. Het voelt alsof de tijd beperkt is en het verhaal verteld moet zijn voor de tijd op is. Terwijl het voor niemand iets verandert. Dus voor wie die haast? De geschiedenis laat zich niet herschrijven, alles is immers al gebeurd. Ik ken het antwoord op mijn haast niet. Maar het is er en het neemt alles over. Ik wil het verhaal sturen naar het einde. Maar ik merk dat ik die bevoegdheid helemaal niet heb. De beelden blijven maar schreeuwen in de hoeken van mijn hoofd. Het zijn flarden. Ze komen altijd terug en maken me misselijk. Ik hoop dat het stopt.
Lieve getuige, dankjewel voor het lezen van de eerste 9 delen die voelen als precies 3999. Dankjewel voor het zien, het erkennen, het steunen en het er zijn. Mijn volgende hoofdstukken zullen gaan over de EMDR. Ik ben toe aan verwerken en wil niets liever dan dat jij ook daar getuige van bent.
Kiki en ik willen ons verhaal eindigen door met jou ons begin te delen. Dit is het meest intieme waar we jou getuige van kunnen maken. Ik heb een geluidsopname gemaakt van mijn eerste contact met Kiki en ik zal deze hier citeren voor jou en voor alle getuigen. Tijdens mijn eerste EMDR sessie bij mijn behandelaar ging ik terug naar het plaats delict: 'het huis van eikel (...)'. Daar vond ik voor het eerst mijn kindversie. Maar zij liet mij niet toe. Ik kon geen contact met haar maken. De volgende dag werd ik wakker en voelde ik dat ze mij riep. Ik ben toen in stilte op de bank gaan zitten, helemaal alleen. Ik heb mijn ogen en oren afgedekt en heb mijn telefoon op record gezet. Ik ben teruggegaan naar het plaats delict, terug naar Kiki die daar nog altijd was. Ik ben gaan vertellen, gewoon hardop alles wat ik zag. Huilend, van het eerste tot het laatste woord. Het was intens verdrietig en confronterend. Maar, dit eerste contact met Kiki n.a.v. mijn allereerste EMDR, werd het begin van mijn poging om seksueel misbruik en intergenerationeel incesttrauma te overleven. En met dit begin, eindigen wij voor nu ons verhaal. Ik citeer mijzelf:
Oké. Het is nu februari 2025.
Precies 30 jaar geleden was het ook februari.
Maar toen was ik niet 43 maar 13.
Nu doen we het samen.
Ik voel dat dit is wat ze wil.
Ze wil gewoon niet alleen zijn.
En voor het eerst kijkt ze me aan, wat ze gisteren niet deed.
Dus we gaan samen.
Hij ziet mij niet.
Zij ziet mij wel.
We staan hand in hand voor de deur.
We gaan naar binnen.
Ze is niet op zoek naar mijn boosheid.
Ze wil niet dat ik boos ben op hem.
Dat is allemaal niet van belang.
Ik zit niet naast haar.
Het is alsof ik ín haar zit.
Maar we zijn nu met ons tweeën.
Ik weet weet precies welke trui ik aan heb.
En ze wil ook dat ik het weet.
Het is belangrijk voor haar dat ik weet dat ze die trui aan heeft.
Want het is een hele grote trui en hij zit wijd.
Ze heeft haar best gedaan om niet aantrekkelijk te zijn op een bepaalde manier.
Dus nu zitten we samen in die grote trui.
We zitten samen in die grote trui.
En we kijken naar elkaar, zij en ik.
Terwijl hij zijn handen onder die trui stopt en aan ons zit.
Terwijl wij dat niet willen.
En we zeggen het ook.
Maar we worden niet gehoord.
We horen wel elkaar, dat is fijn.
En het is fijn om niet meer alleen te zijn.
Om gewoon met ons tweeën daar te zitten.
Ik weet dat hij er is, maar ik zie hem niet.
Ik weet wat hij doet, maar onze aandacht is niet voor hem.
Eigenlijk kijken we naar elkaar en zitten we gewoon.
Hand in hand, in die trui.
Ik weet ook niet meer wie nou wie troost.
Het is alsof ze mij troost.
En nou gaan alle kleren uit.
Ze wil dit met me delen.
Het is alsof ze zegt: zie je wel.
Ik weet niet zo goed wat ze bedoelt.
Ze wil gewoon dat ik het zie, of zo.
Dat ik zie dat het allemaal niet geholpen heeft, wat ze heeft geprobeerd.
Alsof het minder erg is nu, want we hebben ons best gedaan.
Het ligt niet aan ons.
Het is alsof ze dat tegen me wil zeggen.
Terwijl ik helemaal niet vind dat het aan ons lag.
Maar toch wil ze me graag laten zien dat het gewoon gebeurt.
Dat we helemaal geen invloed hebben, of zo.
Dat we hier lijfelijk aanwezig zijn, maar dat we er net zo goed niet hadden kunnen zijn.
Dat het net zo goed een ander had kunnen zijn.
Ik denk dat dat is wat ze wil laten zien, dat het niet persoonlijk is.
Ik denk dat dat het is.
Wij stellen helemaal niks voor.
Voor hem.
Dat zie ik nu.
Ja.
We hebben pech.
We zijn in zijn vizier gekomen, zo voelt het.
Dat is wat ze me wil laten zien.
En de uitkomst stond al vast.
Ja, dit is heel gek.
Want hij gaat ondertussen gewoon door.
Maar wij zitten hier.
Wij zijn nog steeds samen en we blijven elkaar aankijken.
Ze blijft me aankijken.
En ze houdt mijn handen vast.
Ze praat met haar hele gezicht, maar ze zegt niets.
En ik begrijp alles wat ze zegt.
Ik probeer naar de details te kijken maar ze wil dat niet.
Ik zie dan dat lichaampje weer.
Dat kinderlijf.
Ze zegt dat ik dat niet moet doen.
Ze zegt dat het haar lijf niet is.
Dit is wat ze heeft gedaan.
Ze is er gewoon uitgestapt.
Dat zie ik nu.
En ze was zo alleen.
En nu zijn we samen.
Ik denk dat dat is wat ze wil.
Ze wil niet dat ik ernaar kijk.
Ze wil dat ik naar haar kijk.
En niet naar de scène.
En ze probeert me gerust te stellen.
Ze wil dat mijn aandacht naar haar gaat.
Naar haar en niet naar wat er gebeurt.
Hij speelt helemaal geen rol.
Het is alsof hij er niet is als het ware.
Het speelt zich af buiten ons.
We zitten tegenover elkaar.
En we hebben elkaars handen vast.
En we kijken elkaar aan.
Ik zie dat schuin achter haar, rechts van haar, daar speelt zich een hele vreselijke scène af.
Waarbij een meisje wordt verkracht.
En ze haalt ons eruit.
Wij zitten niet in dat lijf.
We zitten niet in die scène.
Die scène speelt zich af naast ons.
Ik denk aan de volgende keren die nog gaan komen.
En zij weet het.
Ze vertelt me dat ze weet dat dat gaat gebeuren.
En ze wil ook daarin samen zijn.
Het is belangrijk voor haar om samen te zijn.
Om het samen anders te zien?
Ze wil met me mee.
De scène is nog niet eens klaar.
En ik voel tweestrijd.
Ik wil ons lijf daar niet laten.
Eigenlijk.
Maar ik snap ook wel dat zij daar weg wil.
Ik wil daar ook wel weg.
Maar ik kan niet weglopen zolang dat nog gebeurt.
We zijn het niet met elkaar eens.
We zijn het niet met elkaar eens.
Zij wil daar weg.
Maar ik doe het niet.
Nee.
Ik ben de volwassene.
Dus ik ga dit oplossen.
Dus we kijken elkaar aan en we houden elkaar vast.
En we hoeven niet te kijken naar wat er ondertussen gebeurt.
Maar we wachten wel tot het klaar is.
Ons lijf gaat gewoon met ons mee.
En dat is wel mooi.
Ik zie dat ze me wel vertrouwt.
En dat ze kan wachten nu.
Ik denk omdat we samen zijn.
Ja.
We trekken weer kleren aan.
Ik ben zo blij dat die onderbroek weer aan kan.
Ik vind het zo erg dat hij mijn schaamhaar kon zien.
Ik voelde me zo kwetsbaar.
En zo bloot.
Het is zo naar als je aangeraakt wordt terwijl je dat niet wil.
En als er iets in je gestopt wordt.
Dat voelt zo, zo erg.
Dit vindt ze moeilijk.
Dat ik ons associeer met dat lijf.
Maar ik zie ook dat het haar helpt.
Het helpt haar om weer een soort connectie te voelen met dat lichaampje, of zo.
Waar ze eigenlijk voor weg wilde lopen.
Nu zie ik dat ze het vastpakt.
En zij wil ook dat het meegaat.
We kleden het samen aan.
Het is fijn dat de broek ook weer aan is.
En we nu weer in die grote trui kunnen.
Dat is fijn.
Ja.
Dat is fijn.
Hij gaat ondertussen verder.
Het maakt hem niets uit.
Hij gaat verder met zijn handen onder die trui.
Maar wij hebben al besloten dat we klaar zijn.
En dat het geweest is.
Het is achter de rug.
We zijn weer ingepakt.
En het voelt alsof we met ons drieën zijn.
Ik, zij van 13 en ons lijf.
We zijn nu met z’n drieën bij elkaar en dat voelt goed.
Nu kunnen we elkaar helpen.
En steunen.
En er voor elkaar zijn.
En ik neem ze mee naar buiten.
Ik stop haar weer in dat lijf.
En dat vindt ze prima.
En ik ben er ook.
En we zitten met ons drieën weer in die grote trui.
Hij is een beetje mintgroen, mint blauwgroen.
Zo’n grote trui, zo’n wintertrui.
Misschien heb ik nog wel een foto dat ik die trui aan heb.
Oké, we zijn buiten.
Het voelt nog steeds alsof we met ons drieën zijn.
Alsof we met ons drieën elkaars hand vasthouden.
Hoe voelen we ons?
We hebben net iets heel ergs meegemaakt.
Zo voelt het.
We zijn uitgekozen, zo voelt het.
Uitgekozen om dit mee te maken.
We zijn door hem gekozen als een soort prooi.
We realiseren ons ook heel goed dat er al lang op ons gejaagd werd.
Dat het een plan was dat is uitgevoerd.
Waar geen ontkomen aan was.
Wij hebben niets kunnen doen om dit te voorkomen.
Dat weten we heel zeker.
Dat voelen wij heel sterk.
We vinden ook dat we niks verkeerd hebben gedaan.
En dat we ons best hebben gedaan.
Dat als we het overnieuw moesten doen.
Het niet eens een goed einde had kunnen hebben.
Dit moest gebeuren van hem.
En laten we hopen dat er een levensles in schuilt voor ons.
Laten we hopen dat we iets kunnen vinden.
Wat ons dankbaar maakt voor deze vreselijke, afschuwelijke, nare ervaring.
Maar voor nu staan we buiten.
En zijn we met ons drieen.
We voelen ons op een bepaalde manier geheeld doordat we weer samen zijn.
We kunnen weglopen.
Ja.
Dit was goed.
Dit was heel heftig en intens.
Ik ben heel moe.
Maar ik ben blij dat we samen zijn.
Dat gevoel overheerst.
Ik ben blij dat ik ben teruggegaan met haar.
Ik ben blij dat ik haar op deze manier gevonden heb.
En zij mij.
En ik ben heel blij dat we ons lichaam daar weg hebben gehaald.
Uit die situatie mee hebben genomen.
We hebben het niet kunnen stoppen, niet kunnen voorkomen.
Maar we hebben haar wel meegenomen.
En het voelt als een kleine bevrijding.
Alsof we goed voor elkaar zorgen.
Zo voelt het.
Ja, zo kan ik dit stukje voor nu wel afsluiten.
Open dan nu één van deze linkjes, zet je volume op de max om samen met mij en Kiki dit nummer te luisteren, te lezen en te voelen!
https://open.spotify.com/track/73EytiOC2TQjVCb8BCTs9e?si=8cd2ad7694d74064
https://youtu.be/SWYG7lZBc6U?si=W20Mx105bFdHGj8J
Reactie plaatsen
Reacties