Deel VII

We staan aan de oever van deel VI, Kiki en ik. Aan de overkant van de rivier ligt het volgende deel. Dat is waar we al een paar delen willen zijn, daar willen we over schrijven: het stoppen van het fysieke incest. En niet omdat dit deel ons nou zo leuk lijkt, het vooruitzicht op de herbeleving van die laag is namelijk verschrikkelijk. Want met het plotseling stoppen, ontstaat een nóg grotere afwijzing dan de afwijzing die je voelt wanneer je vader je kinderlijf seksueel martelt op een manier die niet anders beleefd kan worden dan als een helse straf die je nooit, nooit, nooit verdiend hebt.

 

Dus nee, geen prettig vooruitzicht. Maar, wel een grote laag om achter de rug te hebben. Het schrijven over het fysieke incest door mijn vader, komt met dat deel ten einde. En dát is iets om naar uit te kijken. Vindt Kiki ook. Al weten wij natuurlijk al dat wat daarna komt ook niet bepaald gezellig is. Als het fysieke incest stopt dan zal de drone voor het eerst komen overvliegen. Die zal in kaart brengen wat de eerst zichtbare gevolgen zijn van deze grote ramp. Nog niet van het hele gebied natuurlijk, alleen even de huizenblokken eromheen. De eerste indruk. Maar, daar zijn we nog niet. 

 

1, 2, 3, spring! Kiki houdt met één hand de mijne vast en met de andere haar neus dicht. Bij zwemmen voor diploma A kreeg ik altijd een bloedneus. Altijd. Het was zelfs zo erg dat ik niet voor diploma B hoefde te gaan van mijn moeder. Kikker-Vliegtuig-Potlood, we doen de schoolslag. En dan wordt de stroming sterker, het water wordt zwarter en de golven worden hoger. Niet nu, denk ik, niet nu! De overkant lijkt ineens heel ver weg en achter me is de oever van deel VI uit het zicht verdwenen. Een golf bouwt zich op en op en op. Ik voel de paniek stijgen vanuit mijn tenen tot in mijn mond en ik zoek Kiki’s ogen. Zij zal nog veel banger zijn dan ik. Maar dat is niet zo. Ze is rustig aan het watertrappelen en haar beide wijsvingers steken boven het water uit. Ik kijk achterom, de golf is inmiddels huizenhoog en rolt in snel tempo op ons af. Weer kijk ik naar Kiki, waarom is zij niet bang? Maar zij weet het al, zij weet alles al. 

 

Een groot familiegeheim zal onthuld worden. We zitten klaar achter mijn laptop. Op het scherm verschijnen meerdere vakjes en in elk vakje zit iemand van de familie. Lang niet de hele familie, maar wel degenen die direct betrokken zijn bij de slachtoffers van mijn vaders incest. Hoeveel gekker kan het worden? Vraag ik mezelf nog af. Ik bedoel, is het feit dat hij met 4 kinderen incest heeft gepleegd niet al familiegeheim genoeg? Maar gekker wordt het. Mijn vader is in de jaren voor zijn dood in therapie geweest om zijn seksuele trauma’s te verwerken. Hij is van heel jong tot ver in zijn volwassen leven seksueel misbruikt door zijn moeder, mijn oma. Die op haar beurt weer misbruikt werd door haar vader, de opa van mijn vader. Waar mijn vader zelfs naar heeft moeten kijken, hij moest getuige zijn van hoe zijn opa zijn moeder verkrachtte. Het is een zeer ziek systeem van incest, dat van generatie op generatie gaat. Mijn vader had degenen die hij dit grote geheim toevertrouwde op het hart gedrukt, en gelogen, dat het incest bij hem gestopt was. En hij had ze ook op het hart gedrukt dat niemand hiervan mocht weten. We zijn in shock. Oma? De vrouw die door iedereen geliefd is? De vrouw die op handen werd gedragen en niet in de laatste plaats door mijn vader zelf?

 

Het was voor mij en de meeste anderen in de familie ondenkbaar dat mijn oma incest kon plegen. Dus ik geloofde er geen reet van. En mijn vader was een meester manipulator, dat wisten we al. De eerste vraag die bij mij opkwam was: is er ooit iemand mee geweest naar die therapie? Het kon niet anders dan dat hij dat hele verhaal over zijn moeder verzon om zijn eigen daderschap te verhullen. Dus of zijn therapie was verzonnen, of het verhaal over incest was verzonnen. Één van de twee. De man die mij en minstens 3 andere lieve, onschuldige kindjes zoveel seksueel geweld heeft aangedaan, waarmee prille levens onomkeerbaar zijn verwoest, die man kon niet naast dader ook slachtoffer zijn. En dan moeten wij nu ineens medelijden met hem hebben zeker? Nog even en hij blijkt een soort van ontoerekeningsvatbaar. Nee hoor, dat laat ik ons niet gebeuren na een leven lang ellende. Mij niet, Kiki niet en de slachtoffers na mij ook niet. Dus ik deed mee aan deze pure vorm van victim blaming, zonder enige gêne zelfs. Nee, hier moet ik nog eerlijker over zijn: ik stond vooraan in de rij om hem ervan te betichten dat het incest door zijn moeder een pure leugen was. En ik kon ook genoeg feiten aandragen om anderen hiervan te overtuigen. Mijn vader had immers altijd mensen tegen elkaar opgezet, uitgespeeld, gesplitst, waarheden verdraaid en leugens verzonnen om maar te kunnen blijven misbruiken, kind na kind na kind. Ik kon alles zo op een dienblaadje aanreiken. En de mensen die niet wilden of konden geloven dat onze oma of hun (schoon)moeder incest pleegde, vonden dat natuurlijk net zo aannemelijk als ik. Maar de motivatie voor deze uitleg was voor mij niet alleen dat het aannemelijk was, mijn motivatie kwam voort uit dat ik zijn slachtoffer ben. Nadat ik ruim 40 jaar zijn grote geheim gedragen heb in eenzaamheid, was ik eindelijk nét een paar dagen slachtoffer. Voor het eerst werd mijn leed gezien, werd ik gesteund en werd ik als slachtoffer van incest erkend. Ik kon het niet verteren dat de dader die mij als kind zo verwoest heeft, na slechts een paar dagen ineens net zo slachtoffer was als ik. Dus het mocht niet zo zijn. Wij zijn slachtoffers en hij is dader. Punt.

 

We vonden elkaar heel snel, wij de mensen die niet konden en niet wilden geloven dat onze lieve oma incest had gepleegd. En dan háár vader ook nog. Dat was ook al zo’n heel lief en zachtaardig mens, net als mijn oma, die ook alom geliefd was en op handen werd gedragen. Mijn vader werd onze gezamenlijke vijand en daar voelde ik me prima bij. 

 

We zijn ruim twee maanden verder. "Jij vond dat piemeltjes verhaal van oma toch ook een beetje gek?" vroeg een ander slachtoffer mij. "Nou, ik ben zó blij dat je hierover begint!" zeg ik. We zijn het erover eens dat 'een beetje gek' wel een heel groot understatement is. Ik schrijf haar dat dit voor het allereerst is dat ik twijfel of oma het gedaan kan hebben. Is mijn vader misschien dan toch wel door zijn eigen moeder misbruikt? Zij schrijft dat zij het niet onaannemelijk vindt, maar dat het gewoon zo ruk is dat mijn vader over zoveel dingen heeft gelogen, waardoor we nu dus hard twijfelen aan zijn misbruikverhaal. Tja, dat vind ik ook. En dan vraagt ze of ik als moeder zou kunnen bedenken om de erectiele functie van mijn baby zoontje te testen. Mijn reactie is zonder na te hoeven denken: nooit!!!!! Dus ook niet om, zoals mijn oma dat zelf uitlegde, te checken of de erectiele functie het deed zodat haar jongens later wel kinderen konden krijgen. Deze check was dan volgens mijn oma tijdens het luier verschonen, met een tikje tegen de plasser. Volgens mijn vader wreef mijn oma over piemeltjes om te kijken of ze het wel deden en betekent een erectie dat hij het nog doet. Beide uitleggen betekenen voor mij hetzelfde: seksueel misbruik. Het is nooit nodig voor een moeder of andere verzorger om te checken of een kindje een erectie kan krijgen. Nooit! En als dit wordt afgedaan als verzorgend, is dat schandalig. Dat is verhullen van misbruik en dat is precies waarom zoveel verzorgers wegkomen met pedofilie en incest. Kinderen zijn niet alleen afhankelijk van de verzorger, maar verwachten ook niets anders dan goedbedoelde zorg en veiligheid van deze persoon. Des te meer wanneer deze verzorgers de ouders zijn. Een kind hou je gevaarlijk gemakkelijk voor de gek, bijvoorbeeld door te zeggen dat je even tegen zijn piemeltje tikt, of erover wrijft, om te kijken of hij het nog wel doet. En niet alleen een kind is gemakkelijk voor de gek te houden, ook volwassenen die alleen maar kunnen uitgaan van het goede van de moeder. Uit onderzoek blijkt dat in 84 procent, ik laat jullie even stilstaan bij dit schrikbarend hoge cijfer, in 84 procent van de gevallen waarbij een vrouwelijke verzorger (zoals een moeder of een oma) incest pleegt, wordt het niet geloofd. Enkel en alleen omdat de dader een vrouwelijke verzorger is. Omdat het nou eenmaal diep in ons genesteld zit om bij moeders altijd uit te gaan van het goede. En dan vragen wij ons met ons allen af hoe het toch kan dat zoveel mannen seksueel geweld plegen en waarom bijna alle daders mannen zijn. Maar is dat wel zo? Of wordt het gewoon nooit geloofd en nooit opgemerkt als de dader een moeder of oma betreft en liggen de verhoudingen eigenlijk heel anders? Enge gedachte he?

 

Dit is nogal stellig, wat ik hierboven schrijf. Kan dat wel? Mag dat wel? Ik besluit het Centrum Seksueel Geweld te bellen en hen heel open te vragen hoe zij ernaar kijken wanneer een moeder af en toe over de piemeltjes wrijft, of tegen de piemeltjes tikt bij het luier verschonen, om de erectiele functie te checken, zodat de jongens zich later geen zorgen hoeven te maken over vruchtbaar zijn. De dame aan de telefoon is zelf moeder van jongens én verpleegkundige. En zij is heel duidelijk in haar antwoord: er is geen enkele context denkbaar waarbij het mag dat een volwassene over de piemel van een kind wrijft of er tegenaan tikt. Op die manier de erectiele functie controleren slaat nergens op. Een erectie is helemaal niet van belang op die jonge leeftijd. Er zou zelfs juist geen aandacht besteed moeten worden aan erecties op die leeftijd. Erecties op die jonge leeftijd ontstaan namelijk heel natuurlijk en het wel of niet hebben van een erectie, betekent helemaal niets. Zeker op de leeftijd zo jong als wanneer ze nog luiers dragen. Het checken van erecties is niet nodig, nooit. Het zal ook nooit geadviseerd worden door het consultatiebureau of door een arts. Ze geeft aan dat het een hele, hele grote rode vlag is wanneer een moeder (of andere verzorger of volwassene) dit doet. En wanneer dit wordt weggezet als verzorging, is het extra ernstig. En als mensen vervolgens geloven dat het verzorging is, zegt dat iets heel tragisch. De medewerkster van CSG vertelt dat dit seksueel misbruik is, aanranding is en dat het zelfs een zedendelict is. Dus helaas, zo stellig kan en moet ik zijn.

 

De golf komt van ver en is nu echt heel dichtbij. En ik weet waarom. Vertellen over het incest van mijn vader was heel spannend, maar werd liefelijk aangemoedigd door die getuigen vooraan in de haag. En er kwamen steeds meer getuigen bij. Maar wat zal er nu gebeuren? Wat gebeurt er als ik vertel dat ik weet dat onze oma, behalve een lieve oma, een lieve (schoon)moeder, een lieve vrouw, een lieve zus en een lieve vriendin voor velen, óók een incestpleger was? Sluiten mijn getuigen dan hun ogen? Stappen zij dan uit mijn haag? En is dat dan voor mij een reden om deze laag niet te delen? Om dan maar niet mijn hele verhaal te vertellen? Om dan niet nog een plaats delict en nog een dader te noemen? Nee, schudt Kiki haar hoofd. Ik mag niemand sparen. Ook mijn oma niet. Je kunt niet sparen en delen tegelijk. En ik kies delen. Er is weinig zo ingewikkeld en pijnlijk, zoals duidelijk blijkt uit de eerdere stukken, dan andere mensen verdriet doen met een verhaal over incest. Maar ik heb beloofd om incest in alle openheid te bespreken en in het licht te zetten. Er is geen ruimte voor taboes. En dat mijn oma incest pleegde, is het grootste taboe dat er is. Zelfs voor mij. Zonder het 'piemeltjes controleren verhaal', had het nog veel langer geduurd voordat deze laag van mijn ui tevoorschijn zou komen. Want om alles wat ik gewoon al wist, te koppelen aan incest door mijn oma, is een bijna onmogelijke opgave. En ik vrees met grote vrezen dat dit niet alleen voor mij geldt. Ik ben niet de enige in deze familie met deze laag in zijn/haar ui. Hoe dan ook, ik zou het tegenkomen, vroeg of laat zou ook deze laag mij inhalen, zoals alle lagen dat doen. Mijn ui houdt geen rekening met de wensen van anderen, niet eens met de wensen van mijzelf. Trauma trekt zijn eigen plan. Dus ik doe het enige dat ik na 44 jaar eindelijk kan: ik blijf trouw aan Kiki, trouw aan mijzelf en trouw aan alle slachtoffers van incest.

 

De golf blijft op dezelfde hoogte steken, dreigend op een meter afstand, maar hij komt niet dichterbij. Wat betekent dit? Ik zoek Kiki. Kikker-Vliegtuig-Potlood, ze zwemt weg van de golf. Maar ze zwemt niet terug naar deel VI en ook niet verder naar de overkant. Ik zwem achter haar aan. En dan stuiten we op een piepklein eilandje, waar precies één huis staat. Dit moet deel VII zijn. Boerhoorn, Vries. Het volgende plaats delict. Kiki is hier 5, 6, 7, 8, 9, 10 en 11 jaar oud.

 

Kiki loopt weer voor me aan. Ze weet nog precies wat waar staat. We komen via de tuin. Daar staat oma’s ligbed waar ze op zonnige dagen ligt met schijfjes komkommer op haar ogen. Binnen aan de kant van de keuken staat de eettafel. En in het zitgedeelte staat opa’s grote, luie leesstoel. Stapels kranten in de buurt. Een mooie antieke kast. En ik zie een bank, een salontafel en de tv met elke dag The Bold and the Beautiful. Mijn oma maakt een plekje voor mijn zus. Er worden stapels Donald Ducks en andere boekjes van boven gehaald en om haar heen gelegd. En wat bakjes met lekkere dingetjes. Mijn zus vindt het heerlijk, dat snappen Kiki en ik heel goed. Ze is een soort van ingebouwd in haar eigen hutje van boeken. Niemand die haar storen kan. Oma is lief voor mijn zus en heel zacht. Ze herkent mijn vader in haar, dat zegt ze vaak. Kiki kijkt wat sip. Wij zouden het liefst met mijn zus spelen, zoals we thuis ook vaak doen. Het hoeft heus niet de hele dag, maar gewoon, heel eventjes. Of in ieder geval lang genoeg om beneden bij haar te mogen blijven. Maar het mag niet. Oma neemt mij en Kiki mee naar boven. Dat doet ze altijd, het is als een routine. Daar is mijn slaapkamertje, achter een heel hoge drempel. Het lijkt bijna wel een trappetje en dan hup stappen we zo mijn kamer in. Het is nog midden op de dag, buiten is het licht. Opa is op zijn werkkamer, ik weet niet wat hij daar doet. Misschien werkt hij thuis, net zoals mijn vader dat vaak doet in de kamer achter het grote raam. Van oma moet ik op mijn bedje liggen. Kiki wil niet, ze schudt heel hard 'nee'. Ik vertel oma dat ik niet moe ben. Maar toch moet ik naar bed, zegt oma. Ik vertel haar dat ik te oud ben voor middagdutjes. Dat ik die al heel lang niet meer doe, ook niet als ik thuis ben. Maar oma zegt dat ik stil moet zijn. Ik wil graag met mijn zus spelen, beneden. Maar dat mag niet. Ik mag mijn zus niet storen, zegt oma. Ze is streng. Wat Kiki me laat zien zou ik nu pinnig noemen. Oma is voor mij niet zo lief en zacht als dat ze voor mijn zus is. Ik vind dat heel verdrietig en ik wil haar helemaal niet pinnig noemen. Ik durf helemaal niemand te vertellen dat ik oma niet zo lief vind als alle andere mensen haar vinden. Vandaag is de eerste dag in mijn hele leven dat ik dit hardop zeg. En ik voel me er heel naar bij. Het is geen opluchting en geen bevrijding, het is doodeng. Het is heel moeilijk om iemand niet lief te noemen, als diegene door iedereen op handen wordt gedragen. Je bent bang voor straf, als je zoiets zegt. Zelfs als je volwassen bent, denk je dat je gestraft wordt wanneer je dit hardop zegt. En dat niet alleen, het is meer. Want ik wil graag meedoen met de rest. Natuurlijk wil ik erbij horen, bij alle mensen die oma lief vinden en haar met uitgestrekte armen hoog boven hun hoofden in de lucht houden. Ze is onaantastbaar, onschendbaar. Ik zou nog eenzamer zijn dan ik al was, als ik mezelf buiten deze grote groep plaats. Dus dat hield ik voor mij. Maar ik durfde mijn moeder wel eerlijk te vertellen dat ik niet meer bij opa en oma in Vries wilde logeren. En dat hield ik vol. Mijn moeder snapte dat, zij zag ook dat mijn zus en ik daar thuis door oma gesplitst werden en mijn zus een andere behandeling kreeg dan ik. Ongeveer rond de tijd dat ik naar de middelbare school ging, hoefden wij van mijn moeder daar niet meer te logeren. 

 

Kiki trekt aan mijn arm. Ze wil dat ik verder vertel over wat er gebeurt in Vries. Ik probeer het, maar terwijl ik het probeer, houd ik mezelf tegen. Je kunt het vergelijken met dat je iets verkeerds gegeten hebt dat eruit moet, terwijl je een fobie hebt voor kotsen. Vanuit je maag komt het omhoog tot aan je keel en met je brein stuur je het dan heel hard weer terug. Je maag en brein zijn precies even sterk en dus blijft het steken, daar op die plek in je keel. Je kunt moeilijk ademhalen vanwege de kotsblokkade. Je hartslag verhoogt omdat je in paniek raakt. Je zweet. Het zuur brandt. Je huilt. Ik wil jou helemaal niet vertellen over dat ik naar bed moet van oma. Dit hele verhaal wil ik jou überhaupt niet vertellen. Ik wil het niet voelen, ik wil het niet zien, ik wil het niet weten. Ik zoek hulp bij Kiki, ik wil dat ze deze laat schieten, alleen deze. Maar Kiki spaart ook mij niet, zélfs mij niet. Oma brengt mij niet naar bed om te slapen, want dan zou ze wel weggaan. En oma gaat niet weg. Ik mag geen geluid maken, zegt oma. Want opa zit te werken op zijn kamer en als hij mij hoort, dan wordt hij boos. Dat lijkt mij echt heel erg, want opa is nooit boos. Dus ik ben heel stil en ik stop ook maar met oma uit te leggen dat ik echt niet hoef te slapen. Kiki kijkt me aan terwijl ik typ, hier in het nu kijkt ze me aan. Ik wil het niet, zeg ik tegen Kiki. Ik wil het niet, ik wil het niet, ik wil het niet. Laat me het alsjeblieft niet zien, laat me het alsjeblieft niet voelen. Ik wil het niet weten. Dít niet. Niet. Niet. Niet. Maar het is al te laat. De kotsberoerde fysieke herbelevingsmisselijkheid heeft me al gevonden. Ik herken het van het weten van mijn vaders incest, als dit mij voor de zoveelste keer bereikt en ik er niet meer aan kan ontkomen. Het is het ergste dat er is. En je lijf liegt niet. Net als de ogen. Je lijf liegt nooit. De nare sensaties tussen mijn benen groeien als verwilderd schaamhaar vanuit mijn liezen alle kanten op. Alles zwelt op. Het kriebelt, het jeukt, het doet pijn, ik schaam me, ik wil kotsen en ik wil schreeuwen maar het liefst onder water zodat niemand me hoort. Mijn gezicht trekt samen van pure walging. Ik knijp mijn ogen heel stijf dicht en wil dat alles weg is als ik ze weer open doe. Maar het blijft. Ik weet niet meer hoe ik moet zitten. Ik wil mijn vagina niet meer voelen, ik ben bang dat ik haar ruik en dat wil ik niet. Ik voel me heel vies, maar ik kan niet douchen. Ik kan nu niet bloot zijn. Mijn lijf wil bekleed en beschermd zijn. Dus ik blijf zitten, in mijn hoekje op de bank. En dan, alsof er een sterke verdovingsspuit in mijn bovenbenen wordt gezet, verlies ik alle gevoel van mijn knieën tot aan mijn navel. Daartussen wordt alles numb. Volkomen verdoofd. Het is alsof dat hele stuk niet meer van mij is. En ook dat voelt naar. Maar niet zo naar als al het andere. 

 

Kiki zit met haar rug naar mijn bedje en trekt haar benen op, ik kom naast haar zitten en samen tellen we de tijd.

 

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.

Maak jouw eigen website met JouwWeb