Deel I

Lieg alsjeblieft niet tegen me 

Niet over iets groots

Niet over iets anders

Liever hoor ik het vernietigendste dan dat je liegt

Want dat is nog vernietigender

 

Lieg niet over liefde

Iets wat je voelt of wat je zou willen voelen

Liever word ik bedroefd dan dat je liegt

Want dat is nog bedroevender

 

Lieg niet tegen me over gevaar

Want ik voel toch je angst

Wat ik gewaar word is waar

Of ik ken je niet

En dat is nog gevaarlijker

 

Lieg niet tegen me over ziekte

Liever kijk ik die diepte in

Dan dat ik mij verlies in een van jouw lieve verzinsels

Want daarmee verlies ik mij dieper

 

Lieg niet tegen me over sterven

Want zolang we er nog zijn

Vind ik dat toegangsloze

Niet mededelen wat je denkt

Erger en zo veel doder

Erger en zo veel doder

 

Liedje, gezongen door Herman van Veen, geschreven door Judith Herzberg

 

Voor KiKi, van mij

 

Vandaag weet ik, na 44 jaar, dat ik de enige ben die dit kan. Ik heb zó lang gewacht en gehoopt tot iemand anders het zou doen, het zou zien, horen, opmerken, bij elkaar zou puzzelen… Al die tijd durfde ik niets te zeggen, niets te voelen en niets te weten. Ik durfde eigenlijk niet eens te ‘zijn’. Als anderen het zouden uitvogelen, hoefde ik mijn stem niet te gebruiken. Wij konden dan stilletjes afwachten en zouden uiteindelijk gered worden. Die grote, sterke armen zouden om ons heen geslagen worden. Iedereen zou ons ineens begrijpen, we zouden niet meer eenzaam zijn, hoefden niet meer bang te zijn en aan alle pijn kwam ineens een einde. Deze grote, sterke armen zouden alles wat stuk was heel maken en vanaf dán zouden we veilig zijn. Maar zo ging het niet. 

 

Ik besta uit twee. Mijn volwassen versie en mijn kindversie. Een tijd geleden heb ik haar een naam gegeven zodat ik haar kan aanspreken, troosten en geruststellen wanneer dat nodig is. Mijn kindversie heet Kiki, in spiegelbeeld is dat iKiK, ik en ik. Daarna heb ik haar getekend zodat ze ook een gezicht heeft. En met dit schrijven geef ik haar het meest belangrijke dat er is: een stem. Met dat ik nu ons verhaal vertel, erken ik wat ons is aangedaan en misschien is dat wel de grootste heling die ik ons kan geven. Tot nu toe laat het schuldgevoel mij niet los, de schuld dat het me niet gelukt is om haar te beschermen tegen mijn vader en de vele mannen na hem. Beschermen kan niet met terugwerkende kracht, maar redden kan ik wel. Dus dat is wat ik nu ga doen. Ik ga haar redden, ik ga ons redden. Deze is voor Kiki, van mij.


“Onthoud hoe sterk je bent. Want alles waar je bang voor bent ís al gebeurd. En je staat nog steeds." Terwijl ik het typen van mijn verhaal uitstel, schrijf ik deze zin letterlijk en op dit moment, aan iemand anders. Zij is ook bang om te herinneren. Maar ik realiseer me dat mijn eigen bemoedigende woorden net zo goed voor mijzelf gelden. Het is waar, alles waar ik bang voor ben, is al gebeurd. Het is al gebeurd. En ik sta nog. Of ik zit. Ik typ. Ik adem. Ik ben lief. Ik ben vriendin. Ik ben moeder. Ik ben.

 

In een boek dat ik onlangs las over de gevolgen van incest, maakte de schrijfster de opvallende keuze om slachtoffers van incest geen slachtoffers, maar heel consistent overlevenden van incest te noemen. Ik dacht erover na en eigenlijk maakte het me wat verdrietig. Ik ben namelijk al 44 jaar en weet nog helemaal niet of ik een overlever van incest ben, of ooit zal worden. Wat ik wel weet is dat ik op dit moment al mijn hele leven slachtoffer van incest ben. Ik hoop met heel mijn hart om in de toekomst een overlevende van incest te zijn. Dat zou voor mij betekenen dat het incest echt achter me ligt en ik eindelijk kan leven. Dán heb ik mijn incest overleefd. Dit schrijven is daar een hele grote stap in. Dit is mijn weg naar het overleven van incest. 

 

Ik lees dat reconstrueren en opschrijven belangrijke, helende factoren zijn. Het op schrift stellen is belangrijk omdat het je helpt de juiste woorden te vinden en dat geeft je houvast, lees ik. Ik moet voor de reconstructie reizen naar het plaats delict, staat er. Letterlijk terug naar de plek des onheils. Ik lees dat zo’n reis herinneringen en veel gevoelens weer terughaalt. Angst, verdriet, de beelden, de sfeer van toen, ze worden weer wakker. Het is confronterend, maar het zou helpen om de gestolde gevoelens te doorvoelen, te laten stromen en helpen bij de verwerking. En dan lees ik iets dat me meer raakt dan al het andere: “Door het toe te vertrouwen aan papier en te laten lezen aan anderen, vraag je hen getuige te worden van een ramp in je leven.” 

 

De getuige die er nooit was. De getuige waar elk slachtoffer van seksueel misbruik hevig naar snakt. Dit is waarom ik dit schrijf en dit is waarom ik dit deel. Ik maak jou vandaag getuige van een grote ramp in mijn leven. Kiki en ik willen er direct achteraan typen dat het ons zo vreselijk spijt dat we jou hiermee lastigvallen. We willen jou onze pijn besparen. We willen voor jou dit geheim blijven dragen, in ons eentje. We willen niet dat jij je ongemakkelijk voelt bij het getuige zijn van deze ramp. Maar om dit te kunnen verwerken moet deze ramp in het volle licht komen en in openheid besproken worden. Seksualiteit tussen een volwassene en een kind heeft bemoeienis van de hele gemeenschap nodig, lees ik, en mag niet langer geheim zijn. Dus Kiki en ik staan hand in hand en we nemen jou mee. 

 

Invasiestraat, Groningen. Dat is één van de plaatsen delict. Kiki loopt voor me uit, ze is 6, 7, 8 en 9 jaar oud. Ze wijst naar links, daar is onze slaapkamer. Er tegenover zit de slaapkamer van mijn zus, voorheen was dat de werkkamer van mijn vader. Maar op een dag besloten onze ouders dat wij niet langer een slaapkamer deelden. Mijn vader verhuisde zijn werkkamer naar de achterkamer, die zat aan de woonkamer vast met een groot raam ertussen. De andere slaapkamer was die van mijn ouders. De keuken was heel smal en aan het einde van de keuken was de deur naar de badkamer, die was heel klein. We gaan hand in hand onze oude slaapkamer in. Als we de deur door stappen dan zien we ons eenpersoonsbed staan, links tegen de muur. Rechts direct naast de deur staat een hoge, smalle, witte kast met een boel knuffels erbovenop. Ook op mijn bed ligt een lading knuffels. Ik verzamelde eendenknuffels en ze hebben allemaal een andere naam. En een beertje, die is het oudst. Ik heb ze allemaal nog steeds. Kiki is helemaal niet bang, ik wel. Ze lijkt opgelucht dat we nu met zoveel zijn. Alsof ze hier al die jaren op heeft gewacht. Kiki gaat op de grond zitten, met haar rug naar het bed. Ze trekt haar benen op. Ik ga dicht naast haar zitten. Samen kijken we naar de knuffels op de kast. Dat was ons uitzicht wanneer rampen zich voltrokken tussen onze benen. We keken ernaar om niets anders te hoeven zien, niets anders te hoeven voelen en helemaal niets te hoeven weten. 

 

Als ik het als een ramp moet omschrijven, zou het brand zijn. Niet een brandend huis, maar een vulkaan. Vlammen tussen onze bleke kinderbeentjes. Het brandt vreselijk. Het voelt alsof er iets gebeurt dat niet klopt. Als het wel zou kloppen dan zou het zoveel pijn niet doen. Dingen die kloppen, die gaan soepel, als een schoen die past. Dit past niet. Er wordt getrokken aan mijn schaamlippen, er wordt gesjord en geduwd en gepropt. Ik verbijt mijn pijn, want ik mag het niet zo laten merken. Het schuurt en bijt en brandt. Ik denk dat ik huil van de pijn, maar ik probeer een grote meid te zijn. Ik kijk naar de knuffels op de kast en ik tel. Dat doe ik nu nog steeds als ik pijn heb. Van tevoren vraag ik altijd hoe lang iets duurt, bij de tandarts bijvoorbeeld. Als ik maar kan tellen, dan kan ik een boel verdragen heb ik geleerd. 

 

Zo lang als ik mij kan herinneren dissocieer ik al. Soms denk ik dat ik het al als baby heb geleerd. Ik weet niet wanneer het begonnen is, dat wat mijn vader met mij deed. Ik heb mijn leven lang al sterke fysieke reacties wanneer ik bepaalde babyfoto's zie, bijvoorbeeld die waarbij mijn vader mijn nek kust. Vroeger verwarde mij dat enorm, ik snapte niet waarom ik daar zo van walgde en voelde me daar schuldig over naar mijn vader. Hij mocht dit absoluut niet weten want dan zou hij me nog meer haten en nog meer pijn doen. Inmiddels snap ik het beter. 

 

Als heel klein meisje heb ik geleerd om mezelf letterlijk los te koppelen van mijn lijf. Ik deed wat Kiki nu laat zien: uit mijn lijf stappen, met mijn rug naar de ramp en focussen op de knuffels. Het begin maak ik mee, daarna stap ik uit. Het begin volgt direct na iets fijns, dus dan ben ik er nog. Vlak voor de vulkaan uitbarst, is namelijk het leukste moment van de dag. Mijn vader komt bij me spelen. En alleen bij mij. Mijn moeder is er niet bij en mijn zus mag niet meedoen. Dit is helemaal speciaal en alleen voor mij. Ik ben niet zijn lievelingskind, dat is mijn zus. Zij is heel sim en stil, leest veel boeken en haalt hoge cijfers. En ze is bovendien heel mooi. Zij lijkt op mijn vaders kant van de familie. Ik niet. Ik hou niet van lezen en ben niet stil. En volgens mijn vader ben ik naïef, onnozel en heb ik een veel te grote fantasie. Ik ben niet intelligent en mijn mening doet er niet zo toe. Eigenlijk stoor ik mijn vader altijd, met alles. Gewoon door er te zijn. Dus wanneer mijn vader bij mij komt spelen voor het slapengaan, is dat mijn lievelings moment. Mijn vader is dan vrolijk en zet de meest gekke stemmetjes op. Elke knuffel heeft zijn eigen stem en zijn eigen karakter. Soms gooit hij met ze door de lucht, het is een heel spektakel. En het is altijd veel te kort, ik wil niet dat het ophoudt want het is zo leuk. En omdat wat daarna komt zoveel zeer doet. 

 

Aan de eettafel in de woonkamer zitten we met ons vieren aan het ontbijt. Ik mag nog niet eten, want ik moet eerst een glas gekookt water drinken. En dat moet op de lege maag. Het duurt heel lang voordat dit is afgekoeld. Mijn moeder zegt dat dit helpt voor het poepen. Ik durf niet meer te poepen. Het doet me zóveel pijn dat ik zit te huilen en te schreeuwen op de wc. Als ik eraan terugdenk, hoor ik mezelf nu nog. Het is verschrikkelijk. En het gebeurde regelmatig. Dan was het even goed en dan was de pijn weer terug. Dat gekookte water op de lege maag hielp helemaal niet. Op den duur werd ik heel angstig voor poepen. En zo ineens was het over. Misschien vond mijn vader het dan toch zielig voor me. Dat hoop ik dan maar, dat dat de reden was. Maar misschien was hij gewoon bang dat mijn moeder met mijn zere anus naar de huisarts zou gaan als het nog vaker zou gebeuren. 

 

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.

Maak jouw eigen website met JouwWeb