Deel V

Liever in de hel van de waarheid dan in de hemel van de leugen

 

Het is the day after deel IV, Kiki en ik worden wakker en ik voel me heel naar. Mijn adem zit hoog, binnen in mijn hoofd draait mijn brein linksom en mijn buikspieren knijpen zich samen van de spanning. Ik word wakker midden in een paniekaanval. What the fuck hebben we gedaan? 

 

Mijn vader rolt zich op zijn plank mijn voorhoofd in, zodat ik niets anders meer hoor en zie dan hem. Ik heb het verpest, zegt hij. Nu heb ik het echt stukgemaakt. Wil ik dan zijn liefde niet? Wil ik dan niet dat hij van me houdt? Het is wat hij mij altijd heeft voorgehouden, het is zijn grootste troef. Overdag heeft hij een hekel aan me, hij kleineert me, lacht me uit, maakt me duidelijk dat hij mij nooit serieus zou nemen, niemand zou mij serieus nemen. Ik ben het niet waard. Maar zolang ik het incest onderga, maak ik nog een kans op zijn liefde. Al krijg ik het nooit. Na mijn 13e kan ik zijn liefde nog steeds verdienen, niet meer door het te ondergaan maar door het stil te houden. Het is ons geheim. En geheim is het gebleven. Tot nu. 

 

Mijn vader is woest. Zijn mond vormt zich tot twee strakke streepjes. Dit keer is hij niet alleen woest, hij is teleurgesteld. Zijn donkere ogen staan vol ongeloof. En nu krijg ik de grootste straf: hij zou nooit van me gaan houden. Er is niets meer. Ik ben niets meer. Ik ben niet meer te misbruiken en ik ben niet meer om zijn geheim te bewaren. Ik ben niets. Mijn vader op zijn plank lijkt groter dan ooit. Hij torent hoog boven mij uit en kijkt op me neer. Hij minacht me, hij walgt van me en spuugt op me. En dan draait hij zich van me af en keert me boos zijn achterhoofd toe. Kiki en ik liggen in ons blootje op straat. We zijn waardeloos. Kiki kijkt naar mij en ik kijk naar hem. Zij probeert mijn blik te vangen, maar mijn blik laat hem niet los. En het enige dat ik wens, nog steeds na alles, is dat hij zich omdraait. Dat hij ziet wat hij heeft gedaan en dat het hem spijt. Maar nog meer dan dat, wil ik dat hij míj ziet. Het meisje achter het misbruik, achter het grote geheim. Zie mij als een leuk kindje, zie mij als jouw kindje, zie mij als hoe grappig ik kan zijn en lief en slim en zorgzaam en iemand om van te houden. Zie mij als iets om trots op te zijn, want ik ben van jou. Ik. Ben. Van. Jou. 

 

Ik voel me opnieuw vies. Anders vies dan hoe Kiki zich voelde, haar hele kinderleven lang. Ik voel me volwassen vies, als moeder, als vriendin, als mens. Ik voel me vies omdat ik nog steeds verlang naar de liefde van mijn vader. Waarom in Godsnaam wil ik door dit monster geliefd zijn? Ik voel me er schuldig over, naar Kiki, naar mezelf, naar mijn kind, naar mijn getuigen, naar alle mensen om me heen. Misschien heb ik nog niet genoeg boeken gelezen om dit stukje te kunnen begrijpen. En ik ben boos. Op mezelf. En verdrietig. Kiki komt dichterbij, maar ik duw haar weg. Ik heb er even geen zin in. Dit waar ik nu mee deal is niet van haar, het is alleen van mij. Ik realiseer me goed dat ik niet terug kan. Ik heb nu getuigen en wat gezien is, kan niet worden ontzien. Zou ik het terugnemen als het kon? Misschien wel. Het delen van deel IV voelt helemaal niet als verwerking of heling. Het voelt als hoogverraad, aan hem en aan mezelf. Ik dacht dat dit veilig kon nu hij dood is. Maar ik heb er geen rekening mee gehouden dat hij in mij woont. Levend én dood. Ik ben nog helemaal niet veilig voor hem of voor zijn stem. Nu moet ik dealen met waar hij al die tijd mee gedreigd heeft. Ik moet nu dealen met wat ik hém aandoe. Dus ik worstel, ik ben in paniek en ik worstel. Ik worstel met de spijt. De spijt van het delen en de spijt van het verraad. 

 

Dit is het, dit is waar wij slachtoffers van incest mee moeten dealen zodra we het hardop durven te zeggen of te schrijven. Wij hoeven niet meer te dealen met fysiek en seksueel geweld, dat hebben we jaren geleden jarenlang al gedaan. Wij moeten nu dealen met het interne geweld dat in ons woont. En terwijl ik dat doe, weet ik niet of ik het kan. Maar ik moet door. Want er is nu niets meer om naar terug te keren. Om te overleven bedachten Kiki en ik een andere vader. Het is als 40 jaar toneelspelen op hoog niveau. Ik maakte hem lief en grappig en zelfs leuker dan mijn moeder. Ik maakte hem de leukste vader die er was. Maar nu heb ik niets meer. Alles stopt nu ik het geheim gedeeld heb. Mijn echte vader is er niet meer en mijn zelfbedachte nep vader ook niet. En niet omdat hij dood is, maar omdat hij mij de allergrootste straf geeft die een vader zijn kind kan geven. 

 

Het voelt als rouwen, wil ik zeggen. Maar als dat zo is, heb ik nog nooit gerouwd. Het is erger dan rouwen, het is pijnlijker, het is enger. Ik heb geen idee wat hierna komt. Ik ben nog nooit geweest waar ik nu ben. En ineens voel ik de angst om dood te gaan. Al is het anders en sterker dan angst, het is alsof er geen andere optie ís dan de dood. Want ik heb geen enkel beeld van wat hierna komt, ik ben volledig in het onbekende. Is dat niet een voorbode voor de dood? Kiki komt dichterbij, ze doet weer een poging. Het lukt me niet om haar weg te duwen. Ik ben te moe en te verdrietig en heel erg bang. Ze kruipt dicht tegen me aan, we liggen lepeltje lepeltje. Ze duwt haar krullen in mijn neus en haar mini billetjes tegen mijn buik. De paniek duurt 24 uur. 

 

Mijn tante wist het niet. Niet van het erger dan rouwen en niet van de paniek. Maar ze kwam een kaart tegen, zei ze de volgende dag. De kaart raakte haar, ze wist niet waarom, maar ze voelde dat hij voor mij was. Op een stukje karton in de mooiste, zachtste kleuren van de wereld, stond dit geschreven:

 

Nieuw

 

vanochtend

stond ik midden

 

in de kleuren 

van de zon

 

toen gisteren verdween

en ik opnieuw begon

 

We worden wakker, Kiki en ik. We lezen samen de ontzettend lieve en steunende reacties van de getuigen van deel IV. Onze adem zakt. Ons brein draait weer rechtsom. En ik ga niet dood.

 

Ik zie het voor me. Ergens op de wereld heeft zich een ramp voltrokken. De verhalen schetsen een vreselijk beeld, maar pas de volgende dag wordt de impact duidelijk. Wanneer bij daglicht de eerste drones hun opnamen maken, wordt pas zichtbaar hoe groot het rampgebied is. En hoe nietsontziend verwoestend het was, hoeveel natuur verloren is gegaan, hoeveel gebouwen zijn ingestort, hoeveel straten zijn weggevaagd, hoeveel gewonden er zijn en hoeveel levens het gekost heeft. Dat is ook bij mijn ramp het geval. De gigantische omvang wordt nu pas duidelijk. Nu we zien en horen, kijken en terugkijken. Nu we delen. Om het incest te kunnen plegen en blijven plegen en om het tot na zijn dood geheim te houden, zijn er zoveel meer mensen levensgevaarlijk getroffen dan alleen wij die het fysieke, seksueel geweld is aangedaan. Mijn vader heeft heel veel gelogen tegen heel veel mensen. Hij heeft harteloos gemanipuleerd en ook al deze mensen tot zijn slachtoffer gemaakt. Het rampgebied is zoveel groter dan ik ooit voor mogelijk had gehouden. En terwijl ik schrijf en vertel, deel en verwerk, ruimen we met ons allen de grote puinhoop op, die mijn vader ons achterliet. We zijn meer samen dan ooit, want ook dat is wat rampen doen. 

 

Ik hoor de wieltjes zigzaggen door mijn hoofd, mijn vader is weer woest. Hij heeft me de mond niet kunnen snoeren.

Toen gisteren verdween en ik opnieuw begon. 

 

Binnenkort schrijven we deel VI. 

 

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.

Maak jouw eigen website met JouwWeb