Deel III

Kiki is boos. En dat is terecht. Ze is boos omdat ik mijn belofte niet ben nagekomen. Ik zou háár een stem geven, háár verhaal vertellen. Maar ergens tussen deel I en deel II verloor ik mijn moed en heb ik Kiki’s vertrouwen beschadigd. Ze heeft haar eigen manier om dit mij duidelijk te maken, dat doet ze door mij na deel II niet meer toe te laten. Ik kan haar niet meer bereiken. Als ik weer contact met haar wil, dan zal ik eerst terug moeten. Ze dwingt me om terug te kijken naar deel II, wat doe ik daar verkeerd?

 

En dan zie ik het. Ik bescherm anderen uit schuldgevoel en schaamte en dat laat ik zwaarder wegen dan dat ik Kiki haar stem geef. En ik snap haar pijn als geen ander. Het is de pijn die ik mijn hele leven al ken als kind en volwassen vrouw; de mensen bij wie ik me veilig waan, beschermen zichzelf of een ander ten koste van mij. Ik heb dus iets heel groots te herstellen nu. Dit zou ik kunnen doen door deel II te herschrijven, simpel. Maar daarmee stap ik over iets heen dat voor alle slachtoffers van incest nu juist zo belemmerend is. Ook dit stukje verdient getuigen, dus ik haal het uit het donker en zet het in het licht.

 

Je zou denken dat schrijven over hoe zeer het doet als een volwassen man aan je kinderschaamlippen trekt, het moeilijkste is dat er is. Of alle andere afschuwelijke dingen die ik nog ga schrijven in de volgende delen. Dat is moeilijk en pijnlijk en verdrietig, ja. Maar nóg moeilijker is het om het niet allemaal een heel klein beetje kleiner te maken dan het is, of om me niet te verschuilen achter vloeiende zinnen die het lezen mooier maken, of om niet mijn getuigen te beschermen tegen gevoelens van schuld of ander ongemak. Maar Kiki zei ook niet dat het makkelijk zou zijn. Dus ik neem de enige juiste weg, hoe moeilijk die ook is voor mij en voor jullie. Deze is immers voor Kiki. 

 

Ze komt in de deuropening staan. Ik zie één voetje tussen de deur en twee blauwe oogjes. Ze is er weer, al is het nog maar half. Op veilige afstand kijkt ze of ik dit keer wel doe wat ik heb beloofd.

 

44 jaar ben ik als ik het aan mijn moeder durf te vertellen. Kiki en ik zitten aan mijn moeders eettafel tegenover haar. Mijn nicht, van mijn moeders kant van de familie, zit naast ons. Omdat mijn moeder en ik elkaar al een aantal jaren niet hebben gezien, lijkt het ons fijn als er een neutrale vertrouwenspersoon bij is. Zeker gezien het zware verhaal dat ik te vertellen heb. Ik zit met de vlekken in mijn nek en het zweet in mijn bilnaad omdat ik geen idee heb hoe ze zal reageren. Voor mij is het onvoorspelbaar en onveilig. Het typen hiervan breekt mijn hart in 1000 stukjes. En niet in de eerste plaats voor mijzelf, maar voor mijn moeder. Het lijkt mij het allerergste dat er is, dat je eigen kind zich niet veilig bij je voelt. Op de tweede plaats vind ik het ook heel zielig voor Kiki en voor mijzelf dat wij ons nooit veilig hebben gevoeld bij onze ouders. Ik weet dat al mijn hele leven en mijn vader wist dat ook al mijn hele leven. Maar mijn moeder weet nog helemaal niets. En dat ik haar dit nu moet vertellen is hartverscheurend en doodeng. Deel I en II heb ik gedeeld met een aantal mensen en dat zal ik ook doen met deel III en alle volgende delen. Deze manier van traumaverwerking werkt immers alleen als je dat wat je schrijft ook deelt. Het getuigen maken, is er een wezenlijk onderdeel van. Ik heb mijn moeder van deel I getuige gemaakt. Maar niet van deel II. Ik durfde het gewoon niet. Ik wil haar geen pijn doen, ik wil niet dat ze zich schaamt of schuldig voelt. Maar nog banger ben ik voor, en nu moet je je even een reusachtige golf voorstellen, zo’n muur van water die met grof geweld op je afkomt rollen… en dan blijven staan. Niet wegrennen! Onnatuurlijk voelt dat he? Maar dit keer blijf ik typen; nog banger ben ik dat mijn moeder al die pijnlijke dingen níet voelt. Of dat haar herinnering anders is, dat het wel wat meevalt, of dat ze me niet echt gelooft. De angst om niet geloofd te worden, het schuldgevoel naar anderen en de grote schaamte voor dat het je überhaupt is overkomen, vormen samen een oersterke drie eenheid die als een klauw om je keel zit. Die klauw kan ons met de rug zo hoog tegen de muur duwen, dat onze voeten de grond niet meer raken en weglopen nooit een optie is. Die klauw kan onze keel zo stijf dichtknijpen, dat we met geen woord kunnen spreken. Die klauw kan ons zo diep door onze knieën naar de grond dwingen, dat we helemaal niets meer voorstellen en er eigenlijk niet eens meer zijn.

 

Met de klauw om mijn keel zit ik op mijn 44e tegenover mijn moeder, nadat we elkaar jarenlang niet hebben gezien. Kiki zit rechts van me en mijn nicht zit links. Ik vertel haar dat mijn vader mij misbruikt heeft tussen in ieder geval mijn 6e en mijn 13e. Mijn moeder schrikt, haar ogen schieten vol, ze pakt mijn handen. Achter mijn moeder, in de verte, zie ik de golf. Hij bouwt zich op en op en op, sneller dan mijn gedachten kunnen denken. Ik voel mijn moeders handen en wil dat dit gevoel het wint van de golf. Maar de golf is al te hoog. "Je mag je niet schuldig voelen," zeg ik dan. Kiki schopt me tegen mijn scheenbeen. En in plaats van haar een stem te geven, shush ik haar. Ik doe het ergste dat ik had kunnen doen: ik neem mijn moeder in bescherming ten koste van haar. "Jij hebt niets verkeerd gedaan," zeg ik. "Jij kon er niets aan doen." Kiki kijkt me woest aan. Dit waren niet haar woorden. Zij wachtte haar leven lang om gered te worden. Zij heeft elke keer opnieuw gehoopt dat haar moeder het zou zien. Zij heeft nooit begrepen waarom haar moeder niets deed toen ze zo dapper was om iets te zeggen. En zij snapte niet dat haar moeder nooit bij haar vader weg ging, ondanks álles dat hij hun gezin aandeed, ook de dingen die wel zichtbaar waren. Ze draait haar rug naar me toe. Deze scène is te pijnlijk voor haar, ze wil er niet naar kijken. Nadat Kiki er de hoogste prijs voor heeft betaald, rolt de golf langzaam weer terug de verte in. 

 

"Ik ben niet de enige die hij misbruikt heeft," zeg ik snel. Ik noem twee andere namen en wanneer ik zeg dat er nog een naam is, moet ik huilen. Kiki kruipt zonder me een blik te gunnen onder de tafel. Zij weet waarom ik dit vertel. En ik weet het ook. Het is niet om alles maar gelijk heel dapper op tafel te gooien, op een 'nu we er toch zijn' manier. Nee, ik vertel het omdat ik in mijn eentje niet geloofd word. Ik ben immers het kind met de grote fantasie (en nog wat meer ongefundeerde, onjuiste en stuitende persoonlijkheidskenmerken). Mijn vader had een hekel aan mij en heeft alle mensen om ons heen heel geraffineerd bespeeld, gemanipuleerd en gestuurd. Ik had geen schijn van kans tegen hem. Hij wist dat, ik wist dat. Dat ik nu pas, of vooral nu wel, dit verhaal durf te delen is enkel omdat ik niet meer de enige ben. Het voelt voor mij alsof ik me verschuil achter de andere slachtoffers en daar schaam ik me voor. Dan knijpt de klauw mijn keel weer verder dicht. Ik voel me er ook schuldig over naar Kiki. En ondertussen voel ik me er óók schuldig over dat ik me schaam en dat ik me schuldig voel. Kiki is zo dapper en ik werk hard om dat ook te zijn. Daar ben ik dan best een beetje trots op. De klauw geeft weer wat ruimte. Het is een gigantische interne worsteling waar je als mens doodmoe van wordt.

 

Kiki doet de deur achter zich dicht. Ze komt naast me zitten en leest mee over mijn schouder. Nu pak ik door, beloofd.

 

We zitten nog steeds aan tafel, oftewel, mijn nicht en ik zitten nog steeds tegenover mijn moeder aan tafel en Kiki zit er nog steeds onder. We hebben net het hele verhaal over fantasie en gevaar achter de rug. Ik was inmiddels twee koppen kleiner dan aan het begin van het gesprek. En dan komen we op het nare verhaal van de zogenaamde schoolarts die belde om mij telefonisch te misbruiken. Mijn moeder zegt dat ze zich het nog goed herinnert. Dat doe ik ook. Elk detail weet ik nog. Dus ik begin te vertellen over hoe mijn vader de telefoon opnam en daarna naar zijn werkkamer ging. Mijn moeder onderbreekt me en zegt: "Nee, ik nam de telefoon op." "Nee, jij was nog op je slaapkamer," zeg ik. "Ik denk dat je uit sliep want het was einde ochtend." "Nee hoor," zegt mijn moeder. "Nadat ik de telefoon aan jou gegeven heb, was ik bij je vader in zijn werkkamer." "Dat is niet waar," zeg ik dan. "Ik heb het hele telefoongesprek naar mijn vaders rug gestaard in de hoop dat hij zich om zou draaien en mij zou zien staan met mijn hand in mijn onderbroek." Mijn moeder schudt haar hoofd, zij herinnert het zich anders. Ik raak inwendig in paniek. Gelooft ze me niet? En mijn nicht? Zal zij nu ook twijfelen aan mijn verhaal, of aan überhaupt de waarheid? Ik word weer een kop kleiner. "Maar ik ben ook bij mijn vader geweest aan het einde van het gesprek, nog voor ik ophing," ik doe nog een poging. "Ik moest immers het telefoonnummer van mijn beste vriendin aan die man geven en dat telefoonklappertje lag op zijn werkkamer." "Dat is niet zo," zegt mijn moeder. "Je had helemaal geen telefoonklappertje." "Jawel," zeg ik. De interne paniek is nu op zijn bijna grootst. "Ik had een klein roze telefoonboekje van hard plastic, met een klein zwart knopje en als je daar op drukte, dan klapte hij open." Mijn moeder is stil en ik ga verder. "Ik heb toen zelfs nog met mijn vader gepraat terwijl ik hem pakte, hij vroeg of ik nog steeds aan de telefoon was met die man van school en ik vertelde dat dit bijna klaar was, pakte mijn klappertje en ging terug naar de telefoon. Jij was daar niet bij."  "Maar je hebt helemaal geen nummer van een vriendin gegeven," stelt mijn moeder dan. Intern wil ik inmiddels het liefst met mijn kop hard op de tafel bonken om maar gezien, gehoord of geloofd te worden. Hoe kan iemand nu twijfelen aan mijn 'weten'? Het is zo scherp! Ik beleef het opnieuw, keer op keer op keer. En het verandert nooit. Echt, ik heb gewenst en gesmeekt om een wending in álles dat ik weet, maar het gebeurt nooit. "Jawel," zeg ik weer. "Zij is ook gebeld door die man." "Niet," zegt mijn moeder. In gedachten graaf ik nu een gat om door te zakken. "Jawel, ik heb haar in ons volwassen leven hier nog over gesproken. Zij wist zich dit hele voorval ook nog te herinneren." Dan blijft mijn moeder stil. Is dat het? Is het omdat er een getuige is die kan bevestigen dat die man inderdaad mij om een nummer gevraagd heeft en heeft gebeld? Is mijn eigen weten niet genoeg? Is mijn woord niet genoeg? Ben ik alleen niet genoeg?

 

Kiki, die nog steeds met me mee leest over mijn schouder, legt haar kleine kinderhandje op mijn arm. Ik mag niemand sparen, zelfs mijn moeder niet. En dat spijt me. Dat mag ik er dan gelukkig wel bij zeggen van Kiki. Want al deze gevoelens bestaan tegelijk en naast elkaar.

 

We stuurden een paar dagen geleden nog wat berichtjes heen en weer, over wie nu de telefoon had opgenomen en het verschil in onze herinneringen. Mijn moeder typt: "Als verschillende mensen iets hebben gezien dat erg was, is het een bekend verschijnsel dat de omstanders allemaal verschillen in wat ze hebben gezien. Dat zegt niks over de herinneringen van het slachtoffer. Mijn herinneringen verschillen deels met die van jou. Wat klopt is dat je zus in de kamer zat en welke acties we hebben ondernomen. Ik denk dat je vader aan het koken was (vlak daarna zijn we gaan eten) en dat ik de telefoon heb aangenomen en aan je gegeven heb. Ik meende ook regelmatig naar jou gekeken te hebben, maar in mijn beleving stond je met de rug naar ons toe. Ik meende dat ik me beroerd voelde omdat hij had gezegd dat ik het goed vond. Ik vond het vreselijk dat jij dat geloofd hebt." 

 

Ik schrijf mijn moeder dat het voor mij heel erg is dat haar herinneringen verschillen van de mijne en dat ik niet slechts een getuige was van de gebeurtenis, maar de gebeurtenis heb ondergaan. Dat ik het niet alleen nog weet, maar ook elk moment van de hele gebeurtenis nog voel. Maar mijn moeder bindt niet in. We komen er niet uit. Ik typ: "Ik heb het nodig dat er niet getwijfeld wordt aan wat ik deel en vertel, aan wat ik weet en wat ik voel." Dan typt ze terug: "Ik twijfel er niet aan dat je vader je heeft misbruikt en dat hij iedereen heeft gemanipuleerd." Maar ik wil dat ze óók niet twijfelt aan de details, want die zijn een belangrijk onderdeel van het geheel. Zonder details is er niet eens een geheel, dan is er zelfs helemaal niets. "Bespreek dit punt over herinneringen met je hulpverlener," besluit ze dan. Ik wil het wel door de telefoon schreeuwen: ik heb geen enkele twijfel aan mijn herinneringen, aan alles wat ik weet, waarom moet ik dit bespreken met een hulpverlener? En waarom praten mijn moeder en ik überhaupt over verschil in beleving? Daar zou het toch helemaal niet over moeten gaan? What the fuck is dit voor godvermommensetyfuskutteringshitshow. 

 

En adem uit... Kiki wrijft zachtjes over mijn arm. 

 

Nadat ik deel II had geschreven, de avond na dit typpende gesprek met mijn moeder, had ik een vreselijke droom. Maar de droom gaf mij ook een enorm inzicht en ik geloof zelfs dat ik het precies daarom droomde. Direct nadat ik wakker werd, heb ik hem opgeschreven en ik deel hem hier met jullie: 

 

Die vreselijke hoofdpijn van de hele dag had ik 's nachts ook en in mijn droom nog steeds. De pijn kwam vanuit verkrampte rugspieren en trok tussen mijn schouderbladen omhoog, via mijn nek zo mijn schedel in. Dat moest los en ik bezocht een fysio. Dit bleek de getrouwde ex van een vriendin te zijn, waar zij regelmatig na sluitingstijd seks mee heeft. Ik kleedde me uit en toen ik mijn bh losmaakte, greep hij me achterlangs bij mijn borsten. Ik duwde zijn handen weg en probeerde op die manier te laten merken dat ik dit niet wilde. Ik geloofde dat dit voldoende was. De behandeltafel stond in een glazen ruimte. Aan de andere kant van het glas zaten mensen op tribunes naar ons te kijken. Dit zijn mijn getuigen, dacht ik. En dus zal hij niets doen wat niet mag en dus ben ik veilig. Ik lag nog maar net op de tafel toen hij met zijn blote piemel naast mijn gezicht kwam staan. "Toe maar," zei hij. "Lik er maar aan." Ik keek naar mijn getuigen, maar niemand reageerde op wat er gebeurde, niemand greep in. Ik keek naar zijn piemel, deze glom en was bedekt met een slijmerige, witte substantie dat leek op sperma. Ik wilde zijn piemel absoluut niet in mijn mond. De fysio bleef aandringen en de vieze piemel kwam steeds dichterbij. Opnieuw keek ik naar mijn getuigen. En zij keken naar mij. Ze waren in afwachting van wat er zou gebeuren. En wat er gebeurde was een realisatie, waarna ik wakker werd. 

 

Ik realiseer me dat dit is wat getuigen doen. Ze kijken of luisteren. Ze nemen waar. Zij zijn er niet om mij te redden, of om de geschiedenis of de toekomst te herschrijven. Ze zijn er niet om rampen te voorkomen. Ze zijn alleen getuige en dat is genoeg. Dit geeft rust. Ik hoef van niemand iets te verwachten, ook niet van mijn moeder. Ik mag wel hopen en dat doe ik ook, op liefde en steun en ruimte en liefdevolle aanmoediging en begrip en betrokkenheid en oprechte belangstelling. En dat krijg ik van mijn getuigen. Daar zijn Kiki en ik heel dankbaar voor. Het helpt ons om samen dit verhaal te blijven schrijven en te blijven delen. Er komen zelfs af en toe nieuwe getuigen bij.

 

Mijn oom deelde een verhelderend artikel met me. Het gaat over 'hoe om te gaan met trauma' en past precies bij de ingewikkeldheden over herinneringen en bij mijn realisatie over de getuigen na mijn vreselijke droom. Ik citeer en bundel een aantal stukjes uit het artikel die aansluiten bij mijn persoonlijke ervaring met mijn trauma, welke mij helpen om het beter te begrijpen: 

 

Een traumatische ervaring is zo overweldigend dat die niet wordt opgeslagen als een herinnering die na verloop van tijd kan vervagen. In plaats daarvan maakt het trauma steeds weer inbreuk op het heden, in de vorm van herbelevingen, nachtmerries, angst en fysieke pijn. Het fascinerende aan een trauma is dat het aan de dynamiek van vergeten en herinneren ontsnapt. Wat je je niet herinnert, kun je immers ook niet vergeten. Bij trauma is er sprake van een bedreiging van je bestaan. Wat je meemaakt is zo vreselijk dat het niet te bevatten is vanuit de manier waarop je de wereld altijd gezien en begrepen hebt. Je kunt het niet duiden. Trauma is een wereldvernietigende ervaring. Je wordt overspoeld met iets waar je je niet toe kunt verhouden. Mensen worden overweldigd door een gebeurtenis die geen normale herinnering wordt (dissociatieve amnesie). In plaats daarvan keert het trauma door bepaalde triggers weer bij je terug. Het trauma wordt geen onderdeel van je bewustzijn, maar blijft als een vreemd element steeds opnieuw je bewustzijn binnendringen, alsof het inbreekt in je leven. Maar als we trauma willen erkennen, hoe doen we dat dan? Hoe praat je over iets wat niet begrepen kan worden? Bij trauma gaat het erom dat je samen getuige bent en samen de realiteit van het trauma bevestigt. Samen kunnen we zeggen: we kunnen niet met woorden begrijpelijk maken wat er gebeurd is, maar we kunnen wel met woorden erkennen dát er iets onbegrijpelijks is gebeurd. Kom je dan ooit wel van je trauma af? Nee, dat niet. Een trauma zal altijd op de een of andere manier bij je blijven. Maar hopelijk kun je door erover te praten de wond wel enigszins zwachtelen en kun je voelen dat je het niet helemaal alleen hoeft te doen.

 

Het artikel bevestigt dat getuigen de sleutel zijn naar heling. Het artikel bevestigt ook dat het woord 'herinneringen' niet treffend is binnen incest. Voor mij is het enige juiste woord: 'weten'. Het weten gebeurt via beelden, gevoelens, emoties en fysieke herbelevingen. Niets van wat ik zie, voel en weet, is nieuw voor mij. Alles is al gebeurd. Om dit te kunnen schrijven en delen, om ons incest uiteindelijk te kunnen verwerken, beleven Kiki en ik alles wat we weten weer opnieuw. En ondanks dat het misselijkmakend is, pijnlijk, verdrietig en al die dingen meer die je je erbij kunt voorstellen, is het niet eng. We weten het immers al. 

 

Kiki staat aan de Invasiestraat bij de voordeur, ze heeft ons beertje in de hand en onze eenden geklemd tussen haar armen. We verhuizen naar Nieuwegein, het volgende plaats delict. 

 

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.