Deel IV

Baarnseveste, Nieuwegein. Het volgende plaats delict. Kiki is 9, 10, 11, 12 en 13 jaar oud. Doing doing doing doing, ze stuitert en ze springt. Het stuiteren is omdat ze enthousiast is. Het springen is omdat ze in mijn gezichtsveld wil zijn. Ik moet haar zien. Verwar enthousiast niet met vrolijk, deze twee zijn niet hetzelfde. Kiki´s enthousiasme komt voort uit gedrevenheid. Niet omdat ze blij is, maar omdat ze blij wil worden. 

 

We gaan via de tuin de keuken in. Ik wil helemaal niet zo snel als zij en kijk achterom; Wippies konijnenhok staat in de hoek van de tuin achter een paar hoge palen en een stuk gaas. Aan de andere kant staat een schutting tussen onze tuin en die van de buren. Daar had ik wel wat langer willen blijven. Dat gaas en de houten schutting waren mijn vaders enige mannenprestaties. Hij was niet van het klussen of andere mannendingen. Maar deze dingen had hij eigenhandig getimmerd (of samen met de buurman en dat hij dan de koffie deed, dat kan ook). Van de keuken lopen we de woonkamer in. Doing doing doing doing, Kiki verspert mijn zicht. Ze wil niet dat ik stilsta bij de eettafel, bij die grote stoel en de leeslamp naast het raam, bij de boekenkast en die ene bank die later de mijne werd, of bij de tv die nog steeds bijna altijd uit staat. Ze wil naar boven, daar moeten we zijn. We lopen de trap op. Het voelt als onder water lopen, mijn benen voelen zwaar en willen niet. Beneden komt daglicht door de ramen, maar boven is het nacht. Ik snap het niet en kijk naar Kiki, zij snapt het wel en knikt. Ik tuur in het donker. Kiki pakt me bij mijn hand en neemt me mee naar onze kamer. We liggen samen in ons eenpersoonsbed. Mijn eendenknuffels liggen niet meer netjes op een rij van groot naar klein, zoals ik ze altijd neerleg voor ik ga slapen. En mijn vagina doet ontzettend veel pijn. De vlammen slaan uit de vulkaan en er trekt een brandend spoor van lava van helemaal voor naar helemaal achter. Kiki duwt me zachtjes aan, we stappen uit bed. Ik moet naar de badkamer voor een nat washandje. Wanneer ik door de deur stap, staat mijn vader daar. Hij is helemaal bloot. "Mijn kutje prikt," zeg ik met tranen in mijn ogen. Mijn vader kijkt heel boos en zegt niets. Mijn moeder heeft gezegd dat mijn kutje prikt omdat ik niet goed veeg na het plassen. Of omdat ik niet vaak genoeg een schone onderbroek aantrek. Ik denk dat mijn vader daarom boos is. Het is mijn schuld dat mijn kutje prikt. Ik veeg heel goed na het plassen, want ik wil niet dat het weer gebeurt. En ik trek elke dag een schone onderbroek aan, want met gym hebben de meisjes een keer geroepen dat ik een vieze onderbroek had. Maar het zal allemaal niet goed genoeg zijn, want mijn kutje prikt nog steeds. Ik pak een washandje en hou deze onder de koude kraan. Mijn vader staat er nog steeds, ik denk dat hij wacht tot ik klaar ben. Zijn piemel verandert. Dat doet die altijd. Hij kan veranderen van vorm, dat gaat in een paar stappen. Het is alsof zijn piemel eerst slaapt, dan wakker wordt en daarna is hij groot en boos. Mijn vader brengt mij nooit terug naar bed. Ik denk dat hij nog steeds boos is. Als ik mijn slaapkamer in ga, gaat hij de slaapkamer van hem en mijn moeder binnen. Terug in bed leg ik het natte, koude washandje tussen mijn benen. Daarna leg ik de knuffels weer over me heen, ze hebben allemaal een eigen plekje in de rij. Het beertje hou ik altijd in mijn linkerhand, die heeft een ereplekje. De kou helpt een klein beetje. Niet heel veel, maar genoeg om na een tijdje weer in slaap te vallen. En zo gaat het eigenlijk altijd als ik met mijn pijnlijke prikkutje naar de badkamer ga. Dan staat mijn vader daar heel boos op mij te wachten. Maar ik zie hem ook soms voor me uit lopen. Dan heeft hij mij vast horen huilen van de pijn en is dan komen kijken. Of hij was al een tijdje bij mij, terwijl ik pijn had of pijn kreeg. Zo lijkt het ook weleens. Hij is vast geïrriteerd omdat ik hem uit zijn slaap hou. Ik voel me er schuldig over dat mijn kutje prikt. En ik voel me er schuldig over dat ik mijn vader irriteer. Ik snap wel dat hij boos op me is. 

 

Kiki en ik zitten op de grond, we kijken naar de 1000 puzzelstukjes op de vloer. De buitenste rand is inmiddels gelegd en we zijn nu alle kleuren aan het sorteren, zodat we de puzzel verder kunnen invullen. Er liggen puzzelstukjes in verschillende hoopjes om ons heen, we sorteren ze op kleur. Ik kijk naar een hoopje roze, blauw, rood enzovoort. En dan hebben we ook nog de doos die we gebruiken voor de stukjes die bij geen enkel hoopje passen. Hiervan zijn de kleuren net te grijs, een soort van kleurloos. Die stukjes passen nog helemaal nergens bij. Kiki kijkt en wijst, en ik kies voor elk stukje het juiste hoopje. Of de doos.

 

"Je plaste in je broek tot en met je negende," zegt mijn moeder. We bespreken mijn pijnlijke vagina. "Weet je het nog?" vraag ik dan, "Dat ik zei dat mijn kutje prikte en ik een nat washandje tussen mijn benen moest leggen?" Mijn moeder knikt. Het doet haar zeer, dat zien wij. Gelukkig kunnen we nu elkaars handen vasthouden. Ze dacht dat het kwam door de natte onderbroeken, omdat ik regelmatig mijn plas niet op kon houden. Dat klinkt best logisch, vind ik. Ze vertelt dat het broek- en bedplassen stopte na mijn negende. "Huh? En daarna dan?" vraag ik. "Jullie maakten mij toch tot mijn dertiende ‘s nachts nog wakker om te laten plassen, zodát ik niet in bed plaste?" Maar mijn moeder vertelt dat dit niet meer nodig was na mijn negende. 

 

Maar waarom werd ik dan in de nachten tussen mijn negende en dertiende nog zo vaak wakker gemaakt? Kiki trekt de doos van de puzzel dichterbij en wijst naar de kleurloze stukjes. Zij weet het al. Zij weet alles al. Ik kijk in de doos en zij kijkt naar mij. Ze wacht geduldig. En dan zie ik het. Ik werd niet wakker gemaakt om te plassen. Ik werd wakker gemaakt omdat mijn vader incest met me ging plegen. Ik word misselijk. Ik voel de angst. De angst zit vast in mijn lijf, in elke vezel, in elke beweging, in elke adem. Mijn bed was voor mij als kind een hel. Kiki wil dat ik het nog een keer zeg, dit is belangrijk voor haar. Mijn bed was voor mij als kind een hel. Kiki leefde ín die hel. Het kleurloze stukje mag uit de doos en krijgt een plekje binnen de buitenste rand. Dit is een heel cruciaal stukje, het laat het verschil zien tussen incest aan de Invasiestraat en incest aan de Baarnseveste. Het naar bed breng ritueel van mijn vader, waar hij het incest tot nu toe aan koppelde, stopt als ik naar de middelbare school ga, wanneer ik net 11 jaar ben. Mijn vader moest dus na anderhalf jaar op het nieuwe plaats delict, opzoek naar een ander moment om het incest te kunnen plegen. Hij koos er vanaf dat moment voor om te wachten tot ik sliep, of bijna sliep. Kiki wijst naar verschillende hoopjes tegelijk, er kunnen ineens meerdere stukjes gelegd worden. Ik had een enorme angst voor slapen, lag stijf van de spanning op bed, ik was letterlijk doodsbang. Wanneer ik hoorde dat mijn vader klaar was met werken, hij werkte op zolder zonder deuren, werd ik zo bang dat ik bijna sterretjes zag van angst. Ik wist precies wanneer dat was; hij begon te fluiten en klopte zijn paperassen bij elkaar op zijn bureau. Die combinatie van geluiden, dat was het signaal, dan zette ik mij schrap. Kwam hij naar mijn kamer of ging hij in één rechte lijn naar beneden? Het enige dat ik kon, was proberen mezelf rustig te sussen met iets dat wij 'huhuhen' noemden. Ik trok het laken over mijn gezicht, bewoog onophoudelijk met mijn hoofd van links naar rechts en neuriede luid. Ik deed dat al vanaf dat ik een baby was. Ik ben nu bang dat ik daar als baby en peuter en kleuter misschien dezelfde reden voor had als die ik had toen ik kind en tiener was. Maar dit zullen we nooit weten en dat is maar beter ook. Kiki geeft me een side eye, maar ik ga er niet in mee. Als er dan één ding mag zijn dat ik liever niet wil weten, dan is dit het: ik wil niet weten wanneer het incest begonnen is.

 

Ik voel me intens schuldig tegenover haar, dat ik ons niet heb kunnen beschermen. Terwijl ik het wist, terwijl ik het gevaar letterlijk aan hoorde komen. Lieve Kiki, het spijt me zo dat ik mijzelf heb wijsgemaakt dat ik me veilig voelde als mijn vader op zolder zat. Het spijt me dat ik niemand durfde te vertellen waar wij bang voor waren. Ik wilde zo graag dat het anders was. Ik wilde een vader die van ons hield, die ons beschermde, die gewoon een vader was. Hij hoefde niet eens heel leuk of lief te zijn, of thuis te zijn net zoals andere vaders dat vaak ook niet waren. Als we maar niet bang hoefden te zijn. Het spijt me Kiki, het spijt me, het spijt me, het spijt me.

 

Ik pak nog een stukje uit een hoopje dat Kiki aanwijst. Aan de Invasiestraat was het moment van incest voorspelbaar. Mijn vader bracht me naar bed en op den duur was hij uitgespeeld of was het verhaaltje uit. De ene keer ging hij weg en kon ik gaan slapen. De andere keer ging hij met zijn veel te grote vingers mijn vagina en anus pijn doen. Het schuren in de droogte, het fikken van de brand. Wanneer de pijn begon, stapte Kiki uit. Mijn beelden stoppen precies daar en schakelen over naar de knuffels op de kast. Alsof je op de tv naar een andere zender zapt. Kiki laat me de beelden zien die zij heeft, daar moet ik het mee doen. Die voorspelbaarheid viel weg op mijn elfde. Soms was ik nog wakker als de alarmgeluiden van zolder kwamen, dan kon Kiki uitstappen. Maar soms sliep ik al en werd ik wakker van de immense pijn, dan kon ze niet op tijd uitstappen. Kiki laat me de beelden zien en soms de geuren ruiken of geluiden horen en ze laat me de pijn voelen, alles wat ze heeft vastgehouden vóór ze uitstapte. Het is hier en nu dat ze me laat weten dat hij ons neukt. Ons kinderlijfje wordt geneukt door onze vader. Neuken is een vreselijk woord. Het rijmt op beuken en het voelt als beuken. Voor Kiki is het beuken, want zij kent neuken niet. Voor mij als volwassen vrouw heet dat neuken. Voor Kiki is een stijve piemel, een piemel die wakker en boos is. Voor mij als volwassen vrouw heet dat een erectie. Dit is het moment waarop Kiki en ik nog meer gaan samenwerken. Aan de beelden die zij mij laat zien door haar kinderogen, daar waar zij nog helemaal geen woorden voor heeft omdat deze dan nog niet bestaan, kan ik nu betekenis geven met de volwassen woorden die nu wel bestaan. Ik heb mij de laatste tijd afgevraagd of hij ons aan de Invasiestraat ook geneukt zou hebben, nadat hij onze schaamlippen zo ver uit elkaar had getrokken. Want waar moest die weg anders voor vrijgemaakt worden? En ik vroeg me af of je wel zulke vreselijke pijn kon hebben aan je anus, zonder dat er iets groters dan een vinger ingepropt werd. Of ingebeukt. En ik heb me altijd afgevraagd waarom mijn ontmaagding niet gepaard ging met gillende pijn en bloed, of iets minder erg, maar minstens het gevoel van een klein scheurtje in een onzichtbaar vlies. Ik kan me de verhalen van mijn vriendinnen nog goed herinneren. Maar mijn ontmaagding, toen ik dacht dat dit hem was op mijn vijftiende, voelde als niets meer of minder dan droge seks in een lichaam dat wel klaar is voor seks, maar waarvan de vagina nog niet weet hoe ze mee moet doen. Even doorduwen, dan reageert die vagina vanzelf, dan wordt het soepel en als je geluk hebt ook wel lekker. Ik ben ontmaagd op mijn zesde. Wat vreselijk verdrietig. Maar goed, hier heb ik dus nu geen vragen meer over. Kiki trekt de doos naar me toe. Er is weer een stukje gelegd. 

 

Kiki pakt mijn hand, we gaan opnieuw naar de hal waar mijn vader in zijn blootje met zijn half stijve piemel staat te wachten tot ik een nat washandje heb gepakt. Moeten we dit nu weer doen? Ik ben moe, ik wil niet meer. Hij kijkt boos. Kiki wijst naar zijn gezicht. Ze wil dat ik schrijf over hoe boos hij is. Want dat is hij altijd. Ook wanneer hij neukt en beukt, kijkt hij altijd boos. Ik ben moe. Klaar met typen. Doing doing doing doing Kiki wil nog verder. Oké nog één stukje dan. Ze laat me de tekening zien die ik van mijn vader maakte vlak nadat ik de tekening van Kiki had gemaakt. Dit is het beeld van hem dat in mij woont, daar waar hij zijn eigen hoekje heeft, daar waar hij altijd is. Hij snauwt me af, kleineert me, keurt me af, maakt me onzeker, lacht me uit, hij haat me. Ik hoor zijn stem boven alles uit. Mijn vader bestaat uit alleen een hoofd op een plank, zo’n plank met wieltjes eronder. Die wieltjes staan een beetje scheef, dat vind ik grappig. Kiki ook. Hij kan daardoor soms niet zo snel als hij wil, of hij gaat niet de kant op die hij wil, omdat de wieltjes elkaar dan in de weg zitten. Maar over het algemeen maakt die scheve stand niet zo heel veel uit omdat hij wordt voortgeduwd door allemaal mensen die hem heel hoog hebben zitten. Zijn geliefden en affaires, familie, kinderen, nieuwe liefdes en nieuwe kinderen en nieuwe familie, oude vrienden en nieuwe vrienden en natuurlijk zijn collega’s, studenten en zelfs zijn slachtoffers. En nu, echt letterlijk nu terwijl ik dit typ, snap ik ineens waarom Kiki mij op deze tekening wijst. Het hoofd van mijn vader is kleiner geworden. En de wieltjes rollen bijna niet meer. Mijn vader kijkt nog bozer dan eerder. Waar zijn al die mensen die hem voortduwen nu? Kiki kijkt om ons heen, want daar staat een deel van die mensen, ze zijn onze getuigen. En die hebben helemaal geen zin meer om hem vooruit te duwen. Kiki kruipt bij me op schoot, dichterbij kan bijna niet. Dat is fijn. Ik mag stoppen met kijken en puzzelen en typen. Voor nu. Want het is nog lang niet klaar en Kiki wil nog heel veel laten zien. Morgen Kiki, morgen. 

 

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.