(1.)
Ik kijk op tegen de slaap.
tegen het
om moeten gaan
met de mensen die daar dwalen.
die mij daar omringen
en verbinden
aan verledens
die ik maar niet verlaten kan.
de gezichten
die ontwrichten.
de schimmen
die mij
van mijn eigen zijn
buitensluiten.
Die allen tezamen het geheim
wat mijn lichaam
voor mij bewaart
belichamen.
Ik wil niet meer
met uitgedroogde blauwe ogen
ontwaken
Ik wil niet meer
bang zijn
om het licht te sluiten.
Ik wil niet meer
het gevecht
tegen de paniek
verliezen
Ik wil gewoon in iemands armen liggen.
gesust worden
tot
ik er weer gerust op ben
dat ik rusten kan.
zonder in het donker
af te drijven.
of achter te blijven
daar waar ik niet langer van mijn lijf ben.
(2.)
langzaam
geraak ik verteert
door de man
die na het zingen
de deur nooit op een kier liet staan
de moordenaar
wie ik na diens daad
vergat
achter dichtgedrukte ogen
tolt een wereld
met een noodgang
om
langs al zijn scherpe leegtes
en dwars
door al mijn doffe sterrenhemels heen
en ik zoek wel
echt waar
ik heb alles gegeven
voor een weg naar buiten
maar kan enkel nog
onder zijn afgekloven nagels door
naar vrijheid kruipen.
en ik wil niet meer terug
ik wil niet meer mijn eigen lieve lijf in
want wie niet weg is
is gezien
en wie gezien is
is niet veilig
ik slaap niet meer
ik besta niet meer
mijn lichaam is van drijfzand
en het verdrinkt me elke nacht
in de volgelopen handafdruk
van wat hij als liefde zag.
de man
die al zijn verhaaltjes zelf bedacht
wie is er niet door hem
naar bed gebracht?
(ik ga slapen
ik ben moe
sluit mijn beide oogjes toe
Heere houdt ook deze nacht
over mij weer trouw de wacht
Amen.
Slaap zacht.)
Reactie plaatsen
Reacties
Lieve Aarnout,
Dankjewel voor het delen van je verdrietige verhaal, in woorden die net zo prachtig zijn als dat ze zeer doen.
Ik wens je rustige nachten, in veilige armen, onder fonkelende sterren.